Nieuws

FLITS: Update milieu- en preventiewetgeving 1e kwartaal 2016

 

Hieronder volgt een update van de meest relevante wijzigingen van de milieu/preventie wetgeving en dit telkens met een link naar de wetgeving. *Het betreft de wijzigingen vanaf 16/12/2015 t.e.m. 20/03/2016.

MILIEU

Met de publicatie van het omgevingsvergunningsbesluit op 23 februari jl. zit de implementatie van de omgevingsvergunning in laatste rechte lijn. Dit is dus ongetwijfeld de belangrijkste wijziging van de milieuwetgeving van dit kwartaal, omdat hierin ook de inwerkingtreding van het omgevingsvergunnings-decreet en -besluit is bepaald, nl. 23 februari 2017. Daarenboven werd een decreet gepubliceerd tot wijziging van diverse milieuwet- en regelgeving. Dit decreet wijzigt enkele artikels uit het omgevingsvergunningsdecreet en -besluit, nog voor de beide wetteksten effectief inwerking zijn getreden. In wat volgt wordt de inhoud van deze en andere relevante wijzigingen kort samengevat.  

 

ALGEMEEN

 

  • Het decreet betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen (Materialendecreet)

De bevoegdheid van het Vlaamse Gewest voor de doorvoer van afvalstoffen wordt door deze wijziging in het Materialendecreet opgenomen.

 

  • Het decreet houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid (DABM)

Diverse wijzigingen, o.a. m.b.t. de digitalisering van de goedkeuringsprocedure van hetnieuwe milieubeleidsplan of MINA-plan, de mogelijkheid om plan-MER verplichtingen i.k.v. RUP over te dragen aan meerdere personen, de mogelijkheid tot het opleggen van een project-mer-screeningsnota of project-mer bij de omzetting van een bestaande milieuvergunning van beperkte duur in een toekomstige omgevingsvergunning van onbeperkte duur, het verzoek tot onttrekking aan de openbaarheid van vertrouwelijke onderdelen van een project-mer of een omgevingsveiligheidsrapport,...

 

  • Het decreet betreffende de bodemsanering en de bodembescherming (Bodemdecreet)

Het verzameldecreet wijzigt onder andere de gegevens die bodemattesten verplicht dienen te bevatten. Nieuwe bodemattesten moeten voortaan enkel nog gegevens inzake grondidentificatie en een overzicht van de meest actuele informatie uit het grondeninformatieregister bevatten.Een overzicht van de oriënterende of beschrijvende bodemonderzoeken behoort dus niet tot de verplicht te vermelden informatie op een bodemattest.

 

  • Het decreet houdende maatregelen inzake het grondwaterbeheer (Grondwaterdecreet)

Er worden kleine wijzigingen aangebracht in de formule m.b.t. het berekenen van grondwaterheffingen voor de gewonnen hoeveelheid grondwater in het lozingsjaar voorafgaand aan het heffingsjaar, indien deze niet geregistreerd werd door continue debietsmeting.

 

  • Het decreet betreffende de handhaving van de omgevingsvergunning

Onder meer een aanpassing van de datum van inwerkingtreding. De datum van inwerkingtreding wordt bepaald door de Vlaamse Regering en zal ten vroegste op 23/02/2017 vallen.

 

  • Het decreet betreffende de omgevingsvergunning

Het verzameldecreet wijzigt ook enkele artikelen van het omgevingsvergunningsdecreet, nog voor de inwerkingtreding van dit decreet. De wijzigingen omvatten onder meer bepalingen met betrekking tot de digitalisering van de omgevingsvergunningen en aanvullingen van de artikelen van het decreet. Verder was in het originele decreet voorzien dat exploitaties van ingedeelde inrichtingen aan specifieke evaluaties wat betreft de bijzondere voorwaarden konden worden onderworpen. Teneinde deze evaluaties uit te voeren diende de overheid een meerjarenprogramma op te stellen, dat jaarlijks geactualiseerd zou worden. Door het diverse bepalingendecreet wordt deze systematische evaluatie geschrapt.

 

  • Het decreet betreffende water bestemd voor menselijke aanwending

De WaterRegulator, een onderafdeling van de Vlaamse Milieumaatschappij, was reeds bevoegd voor de prijscontrole op de sanering van afvalwater, en wordt nu ook bevoegd voor de prijscontrole op de productie en levering van drinkwater.

 

  • Het decreet betreffende integraal waterbeleid

Wijziging van de milieudoelstellingen voor oppervlaktewater (zie hiervoor ook de update milieu- en preventiewetgeving 4de kwartaal 2015).

 

ENERGIE

  • Besluit van de Vlaamse Regering van 18/12/2015 houdende wijziging van het Energiebesluit van 19/11/2010, wat betreft aanpassingen aan diverse bepalingen inzake de energieprestatieregelgeving, B.S. 28/12/2015
  • Teneinde een betere opvolging van de opleidingsinstellingen voor (kandidaat)-EPB-verslaggevers mogelijk te maken worden de eisen voor deze instellingen aangescherpt. Dit besluit wijzigt ook de berekening van het E-peil voor zowel residentiële als niet-residentiële gebouwen. Vanaf 1 januari 2017 zullen door deze wijzigingen bovendien ook niet-residentiële gebouwen die geen kantoren of schoolgebouwen zijn aan de E-peileis moeten voldoen.

 

GEVAARLIJKE STOFFEN

  • Verordening (EU) nr. 2016/26 van de commissie van 13/01/2016 tot wijziging van bijlage XVII bij Verordening (EG) nr. 1907/2006 van het Europees Parlement en de Raad inzake de registratie en beoordeling van en de autorisatie en beperkingen ten aanzien van chemische stoffen (REACH) wat betreft nonylfenolethoxylaten, E.P. 14/01/2016
  • Met deze verordening wordt de bijlage XVII m.b.t. restricties op het gebruik van nonylfenolethoxylaten (NPE's) gewijzigd. De bijlage bevatte reeds restricties op het gebruik van nonylfenolethoxylaten (NPE's). NPE's mogen na 3 februari 2021 ook niet meer in de handel gebracht worden in textielartikelen waarvan redelijkerwijs kan worden verwacht dat zij tijdens hun normale levenscyclus in water zullen worden gewassen, in concentraties gelijk aan of groter dan 0,01 gewichtsprocent van dat textielartikel of van elk onderdeel van het textielartikel. Deze beperking is echter niet van toepassing op het in de handel brengen van tweedehandsartikelen of gerecycleerde textielproducten.

 

  • Verordening (EU) nr. 2016/217 van de commissie van 16/02/2016 tot wijziging van bijlage XVII bij Verordening (EG) nr. 1907/2006 van het Europees Parlement en de Raad inzake de registratie en beoordeling van en de autorisatie en beperkingen ten aanzien van chemische stoffen (REACH) wat betreft cadmium, E.P. 17/02/2016
  • Ook deze verordening wijzigt de bijlage XVII m.b.t. restricties. In deze bijlage waren reeds restricties op het gebruik van cadmium houdende verven opgenomen. Met deze wijzigingsverordening wordt ook het in de handel brengen van cadmium houdende verven beperkt, teneinde de handhaving van deze beperking te vergemakkelijken. Er wordt eveneens een concentratiegrens ingevoerd: een aanwezigheid van Cd in een concentratie van minder dan 0,01 gewichtsprocent is niet in strijd met het gebruiks- en handelsverbod. De uitzondering op verf met een zinkgehalte van meer dan 10 gewichtsprocent, waarbij de Cd concentratiegrens op 0,1 gewichtsprocent ligt, blijft wel behouden.

 

  • Uitbreiding kandidaatslijst zeer zorgwekkende stoffen (Substance of Very High Concern, SVHC)
  • Op 17/12/2015 werden door het ECHA 5 stoffen toegevoegd aan de kandidaatslijst. Hierdoor zijn nu in totaal 168 stoffen opgenomen in deze lijst. De lijst bevat stoffen die ernstige effecten kunnen hebben op de gezondheid van de mens of het milieu en waarvoor de meldingsplicht en de informatieplicht binnen het kader van de REACH wetgeving van toepassing is.

 

OMGEVINGSVERGUNNING

  • Besluit van de Vlaamse Regering van 27/11/2015 tot uitvoering van het decreet van 25/04/2014 betreffende de omgevingsvergunning, B.S. 23/02/2016
  • Met de publicatie van het omgevingsvergunningsbesluit is ook de datum van inwerkingtreding van het omgevingsvergunningsdecreet gekend. Op 23 februari 2017 treden het omgevingsvergunningsbesluit en -decreet in werking. Vanaf dan dienen de procedures van de omgevingsvergunning gevolgd te worden voor het bekomen van een vergunning tot exploitatie van een hinderlijke inrichting en/of het uitvoeren van vergunningsplichtige stedenbouwkundige handelingen. Voor meer informatie m.b.t. de omgevingsvergunning kan u er ook onze milieuflits van oktober 2015 op nalezen.

Dit besluit wijzigt ook verscheidene reeds in werking zijnde relevante besluiten m.b.t. milieu, onder meer het VLAREMA, VLAREBO, VLAREM I en II, het energiedecreet, … Het betreft voornamelijk verwijzingen naar de nieuwe en gewijzigde decreten, o.a. verwijzingen naar het omgevingsvergunningsdecreet en -besluit, opname van de indelingslijst van bijlage 1 bij VLAREM I als bijlage 1 van VLAREM II. Bovendien wordt de terminologie in deze besluiten aangepast aan de terminologie gehanteerd door het omgevingsvergunningsdecreet en -besluit.

 

VLAREM II + III

  • Besluit van de Vlaamse Regering van 11/12/2015 tot wijziging van titel II van het VLAREM van 1/06/1995 en titel III van het VLAREM van 16 mei 2014, wat betreft de omzetting van de BBT-conclusies voor de sectoren voor het looien van huiden en vellen, de productie van cement, kalk en magnesiumoxide en de productie van chlooralkali, de productie van pulp, papier en karton en voor het raffineren van aardolie en gas, BS 18/03/2016.
  • Met dit wijzigingsbesluit worden bijkomende sectorale milieuvoorwaarden toegevoegd voor een aantal GPBV-installaties. Het betreft:
    • het looien van huiden en vellen;
    • de productie van cement-, kalk- en magnesiumoxide;
    • de productie van chlooralkali;
    • de productie van pulp, papier en karton;
    • het raffineren van aardolie en aardgas.

Hiermee wordt het grootste deel van de BBT-conclusies die in het Europees publicatieblad verschenen in VLAREM III opgenomen. Ze hebben een bindend karakter en vormen tevens de referentie voor de vaststelling van de vergunningsvoorwaarden. BBT-conclusies die niet opgenomen zijn in VLAREM III zullen bij de individuele toetsing bekeken worden.

Daarnaast worden ook enkele artikels toegevoegd of gewijzigd opdat de voorrang van deze specifieke algemene en sectorale voorwaarden in VLAREM III op de bijzondere voorwaarden en de voorwaarden opgenomen in de individuele afwijkingen (die werden verleend op milieuvoorwaarden van VLAREM II die dezelfde problematiek regelen) voortaan wettelijk verankerd is. Strengere bijzondere voorwaarden blijven echter wel gelden. Nieuwe installaties dienden reeds aan de BBT-conclusies te voldoen, voor bestaande installaties gelden per sector overgangsbepalingen.

Door de bijkomende sectorale milieuvoorwaarden voor het raffineren van aardolie en aardgas zullen vanaf 28/10/2018 ook enkele wijzigingen in VLAREM II worden opgenomen.

 

WATER

  • Decreet van 11/12/2015 tot wijziging van de wet van 26/03/1971 op de bescherming van oppervlaktewateren tegen verontreiniging en het decreet van 24/05/2002 betreffende water bestemd voor menselijke aanwending, wat betreft de aanpassing van de aanrekening van de kosten voor publieke drinkwatervoorziening en de kosten voor gemeentelijke en bovengemeentelijke sanering, B.S. 22/12/2015
  • Dit decreet bevat diverse wijzigen van twee wetteksten, o.a. aanpassing van de aanrekening van de kosten voor publieke drinkwatervoorziening en de kosten voor gemeentelijke en bovengemeentelijke sanering, invoeren van de definitie van het begrip 'wooneenheid', …

 

  • Decreet van 18/12/2015 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2016, B.S. 29/12/2015
  • Wijzing van o.a. de heffingsregeling voor onvergunde lozingen (zoals bepaald in de Wet van 26/03/1971 op de bescherming van de oppervlaktewateren tegen verontreiniging). Heffingsplichtigen die hun niet-vergunde lozingen meten en bemonsteren dienen niet langer de verhoogde afvalwaterheffing voor lozing via een niet-vergunde lozingsplaats te betalen.

 

 

TER INFO

Herziene zoneringsplannen en gebiedsdekkende uitvoeringsplannen

Vanaf 12/03/2016 zijn nieuwe zoneringsplannen en gebiedsdekkende uitvoeringsplannen online te raadplegen. De plannen zijn onderdeel van de stroomgebiedbeheerplannen 2016-2021. Voor elke gemeente leggen de zoneringsplannen vast hoe en wanneer het huishoudelijk afvalwater gesaneerd wordt. Het gebiedsdekkend plan bevat een overzicht van alle projecten die nog dienen uitgevoegd te worden i.k.v. de sanering van het huishoudelijk afvalwater voor een bepaald gebied. Via deze link kan voor het adres van een exploitatie opgezocht worden tot welk zoneringsgebied  de exploitatie behoort. De mogelijke gebieden zijn:

  • centraal gebied of collectief geoptimaliseerd buitengebied (d.i. gerioleerd gebied);
  • collectief te optimaliseren buitengebied (gebied waar nog collectieve zuivering zal worden voorzien);
  • individueel te optimaliseren buitengebied (d.i. gebied waar geen collectieve, maar een individuele zuivering zal worden voorzien).

 

PREVENTIE

ARBEIDSONGEVALLEN EN BEROEPSZIEKTEN

 

 

BIOCIDEN

  • Koninklijk besluit van 14/12/2015 tot wijziging van het koninklijk besluit van 5/08/2006 tot oprichting van een comité voor advies inzake biociden en tot wijziging van het koninklijk besluit van 22/05/2003 betreffende het op de markt brengen en het gebruiken van biociden.
  • De federale ministers van Volksgezondheid en Leefmilieu werken het takenpakket bij van het Comité voor Advies inzake Biociden. Het comité moet zich niet meer beraden over de werkzame stoffen, want dat is een bevoegdheid van de Europese Unie geworden. Het comité krijgt er wel andere adviserende taken bij. Zoals: de indeling van biociden in het gesloten circuit, en het federale risicoreductieprogramma. Het adviescomité blijft bovendien het centrale orgaan dat, in naam van de ministers, beslist over het al of niet toelaten van een biocide op de Belgische markt. Hierbij zijn er enkele technische aanpassingen aan het KB van 5 augustus 2006 tot oprichting van een comité voor advies inzake biociden.

 

  • Koninklijk besluit van 26/01/2016 tot wijziging van het koninklijk besluit van 13/11/2011 tot vaststelling van de retributies en bijdragen verschuldigd aan het Begrotingsfonds voor de grondstoffen en de producten, B.S. 8/02/2016
  • De federale regering herschikt de bijdragen die producenten en distributeurs van bestrijdingsmiddelen voor landbouwkundig gebruik en van gewasbeschermingsmiddelen moeten betalen aan het Grondstoffenfonds. De retributies worden volgens een persbericht aangepast “om beter in overeenstemming te zijn met de werkelijke werklast

 

TIJDELIJKE MOBIELE BOUWPLAATS

  • Koninklijk besluit van 15/02/2016 in uitvoering van artikel 31bis, § 2, van de wet van 4/08/1996 betreffende het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk, wat betreft de wijziging van het grensbedrag voor de aanwezigheidsregistratie, B.S. 19/02/2016
  • De elektronische aanwezigheidsregistratie in de bouwsector wordt uitgebreid. Op dit moment is die registratie van toepassing op tijdelijke of mobiele bouwplaatsen waar werken worden uitgevoerd waarvan het totale bedrag - exclusief btw - gelijk is aan of hoger is dan 800.000 euro. Maar die drempel wordt 'op 1 maart 2016 verlaagd tot 500.000 euro, exclusief btw.

 

ADR

  • Besluit van de Vlaamse Regering van 4/12/2015 tot wijziging van regelgeving met betrekking tot de reglementering inzake het vervoer van gevaarlijke goederen en uitzonderlijk vervoer over de weg, wat betreft bevoegdheden, overgedragen in het kader van de zesde staatshervorming, B.S. 13/01/2016
  • Vlaanderen actualiseert bevoegdheden verkeersreglementering gevaarlijke goederen en uitzonderlijk vervoer. Met de Zesde Staatshervorming zijn heel wat federale bevoegdheden met betrekking tot mobiliteit en verkeersveiligheid geregionaliseerd. Met onder meer wijzigingen voor het vervoer gevaarlijke goederen en het uitzonderlijk vervoer over de weg. Officieel zijn de nieuwe bevoegdheden overgedragen op 1/07/2014, maar in de praktijk werd voor een meer gefaseerde invoering gekozen. Intussen is de overdracht in de meeste domeinen afgerond. De Vlaamse regering zorgt nu nog voor de nodige aanpassingen in de federale regelgeving.

 

GEVAARLIJKE STOFFEN

  • Koninklijk besluit van 15/02/2016 tot wijziging van het koninklijk besluit van 17/03/2013 tot beperking van het gebruik van bepaalde gevaarlijke stoffen in elektrische en elektronische apparatuur, B.S. 29/02/2016.
  • Dit KB zet richtlijnen 2015/573, 2015/574 en 2015/863 om en bevat onder andere getolereerde maximumconcentraties voor lood en kwik in elektrische en elektronische apparatuur.

 

IONISERENDE STRALING

  • Besluit van het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle van 7/12/2015 tot vaststelling van de voorwaarden voor de verwijdering van afgedankte ionisatierookmelders die voor niet huishoudelijk gebruik aangewend werden
  • Dit besluit bevat de voorwaarden voor het vervoer en de verwijdering van ionisatierookmelders die voor niet huishoudelijk gebruik aangewend werden

 

  • Besluit van het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle van 3/03/2016 tot vaststelling van de voorwaarden voor de verwijdering van afgedankte ionisatierookmelders die voor niet huishoudelijk gebruik aangewend werden
  • Dit besluit van het FANC bevat de wetgeving waaraan de verwijdering van afgedankte ionisatierookmelders (voor niet-huishoudelijk gebruik) moet voldoen: ADR, RID, de technische instructie voor de veiligheid van het luchtvrachtvervoer van gevaarlijke stoffen, IMDG en ADN
← Terug naar overzicht