Nieuws

FLITS : Preventieflits : werken met derden

WERKEN MET DERDEN: ruimer dan je denkt!

Inleiding

De procedure ‘werken met derden’ is naast de ‘drie groene lichten’ een klassieke en alom gekende procedure binnen de preventiewereld. Maar dekt de vlag de lading wel?

Wanneer gesproken wordt over derden dan wordt meestal verwezen naar contractoren of aannemers die werken komen uitvoeren in het bedrijf. De wettelijke verplichtingen die hiermee samengaan, zijn beschreven in de Welzijnswet van 4 augustus 1996 onder hoofdstuk IV - afdeling 1 - Werkzaamheden van werkgevers of zelfstandigen van buitenaf. Deze verplichtingen worden meestal vertaald naar de klassieke procedure ‘werken met derden’.

Maar wat met de andere derden zoals uitzendkrachten, aannemers op tijdelijke en mobiele bouwplaatsen, verschillende werkgevers bedrijvig op dezelfde arbeidsplaats of in hetzelfde gebouw?

In deze flits zetten we alle verplichtingen eens duidelijk op een rij.

 

1. Toepasselijke wetgeving

 

Welzijnswet

  • Hoofdstuk III – Bijzondere bepalingen betreffende tewerkstelling op eenzelfde arbeidsplaats of op aanpalende of naburige arbeidsplaatsen.
  • Hoofdstuk IV – Afdeling 1 - Werkzaamheden van werkgevers of zelfstandigen van buitenaf.
  • Hoofdstuk IV – Afdeling 2 - Werkzaamheden van de uitzendkrachten bij gebruikers.
  • Hoofdstuk V – Bijzondere bepalingen betreffende tijdelijke of mobiele bouwplaatsen

 

Codex

  • Boek X Werkorganisatie en bijzondere werknemerscategorieën - titel 2 Uitzendarbeid

 

Uitvoeringsbesluit buiten de Codex

Koninklijk Besluit van 25 januari 2001 betreffende de tijdelijke en mobiele bouwplaatsen.

 

2. Contractoren of aannemers: procedure werken met derden of tijdelijke en mobiele bouwplaats?

 

Zoals hoger gemeld is de wetgeving i.v.m. het ‘werken met derden’ opgenomen in de Welzijnswet Hoofdstuk IV - Afdeling 1. Dit deel van de welzijnswet regelt enerzijds de informatie-uitwisseling, de samenwerking en de coördinatie tussen de verschillende betrokken partijen, en stelt anderzijds een systeem vast waardoor de opdrachtgever ervoor kan zorgen dat de wetgeving daadwerkelijk wordt toegepast door de contractoren /aannemers.

 

De wetgeving van toepassing op ‘tijdelijke en mobiele bouwplaatsen’ valt onder de Welzijnswet Hoofdstuk V – en het KB van 25/01/2001. Deze wetgeving regelt de minimale veiligheids- en gezondheidsvoorschriften van toepassing op tijdelijke en mobiele bouwplaatsen en legt de verplichting vast om coördinatoren aan te duiden voor bouw-, onderhouds- of herstellingswerven van bouwwerken.

 

De bepalingen met betrekking tot werken met derden zijn echter niet van toepassing wanneer de coördinatie, volgens de regels voor de tijdelijke of mobiele bouwplaatsen, van toepassing is.

 

Preventieadviseur versus veiligheidscoördinator

Er treden slechts uitzonderlijk bevoegdheidsoverlappingen op. De interferentie tussen activiteiten op de tijdelijke en mobiele bouwplaats en de niet-bouwactiviteiten wordt door de preventieadviseur benaderd vanuit de zorg om het welzijn van het personeel van zijn werkgever, terwijl de veiligheidscoördinator dit benadert vanuit de zorg om het welzijn van de personen die activiteiten uitvoeren tijdens de verwezenlijking van het bouwwerk, inbegrepen de latere werkzaamheden.

Concreet: de preventieadviseur adviseert zijn werkgever. De veiligheidscoördinator adviseert de persoon die hem heeft aangesteld.

 

We belichten hieronder de specifieke situatie waarbij er een tijdelijke en mobiele bouwplaats van toepassing is bij een werkgever met personeel, die op dat ogenblik ook de opdrachtgever van de veiligheidscoördinator wordt.

 

De preventieadviseur van de werkgever/opdrachtgever:

  • stelt het veiligheids- en gezondheidsplan niet op !
  • dient het veiligheids- en gezondheidsplan op te stellen in de hoedanigheid van coördinator-ontwerp, indien deze preventieadviseur tevens de coördinator ontwerp is;
  • geeft enkel advies in het kader van het veiligheids- en gezondheidsplan als de eigen werknemers van de opdrachtgever bij de verwezenlijking van de bouwwerken betrokken zijn;
  • maakt de specifieke risicoanalyse op en schrijft de preventiemaatregelen voor, voor de bescherming van het eigen personeel dat in het te verwezenlijken bouwwerk zal werken. Deze opdracht behoort niet tot de bevoegdheid van de coördinator-ontwerp;
  • moet de invloeden van de tijdelijke en mobiele bouwplaats op het welzijn het personeel onderzoeken.

 

De veiligheidscoördinator-ontwerp heeft de uitdrukkelijke taak om de risicoanalyse te maken en de preventiemaatregelen voor te stellen in verband met de risico’s waaraan de werknemers op de tijdelijke en mobiele werkplaats kunnen blootgesteld worden. Hij kan hiervoor in overleg gaan met de preventieadviseur van de werkgever/opdrachtgever.

 

Het uiteindelijke veiligheids- en gezondheidsplan dat de werkgever/opdrachtgever aan zijn prijsaanvraag zal toevoegen, kan daarom slechts het resultaat zijn van herhaaldelijk overleg met de verschillende actoren in het ontwerp: de werkgever/opdrachtgever (eventueel bijgestaan door zijn preventieadviseur), de ontwerper en de veiligheidscoördinator.

 

In de uitvoeringsfase zijn de contacten tussen de preventieadviseur van de werkgever/ opdrachtgever met de veiligheidscoördinator-verwezenlijking eerder naar aanleiding van actuele problemen (wijziging ontwerp bijvoorbeeld) of naar aanleiding van niet-bouwactiviteiten op of in de nabijheid van de tijdelijke en mobiele bouwplaats.

Frequentere contacten zijn er tussen de preventieadviseurs van de aannemers en de coördinator-verwezenlijking.

 

Praktische uitwerking van deze wettelijke verplichtingen

De procedure ‘werken met derden’ is van toepassing wanneer “een werkgever of zelfstandige van buitenaf in de inrichting van een werkgever, voor diens rekening of met diens toestemming, werkzaamheden verricht conform een met deze werkgever gesloten overeenkomst.”

Én er bovendien, zoals hoger reeds vermeld, rekening gehouden wordt met het feit dat de bepalingen met betrekking tot werken met derden niet van toepassing zijn wanneer de coördinatie volgens de regels voor de tijdelijke en mobiele werkplaatsen verloopt.

 

Het ‘KB tijdelijke en mobiele bouwplaatsen’ is van toepassing op plaatsen waar de volgende bouwwerken of werken van burgerlijke bouwkunde worden uitgevoerd (wanneer tenminste twee aannemers de werken uitvoeren, zelfs al komen deze aannemers nooit gelijktijdig op de bouwplaats):

1° graafwerken;

2° grondwerken;

3° funderings- en verstevigingswerken;

4° waterbouwkundige werken;

5° wegenwerken;

6° plaatsing van nutsleidingen, inzonderheid, riolen, gasleidingen, elektriciteitskabels, en tussen komsten op deze leidingen, voorafgegaan door andere in deze paragraaf bedoelde werken;

7° bouwwerken;

8° montage en demontage van, inzonderheid, geprefabriceerde elementen, liggers en kolommen;

9° inrichtings- of uitrustingswerken;

10° verbouwingswerken;

11° vernieuwbouw;

12° herstellingswerken;

13° ontmantelingswerken;

14° sloopwerken;

15° instandhoudingswerken;

16° onderhouds-, schilder- en reinigingswerken;

17° saneringswerken;

18° afwerkingswerkzaamheden behorende bij één of meer werken bedoeld in 1° tot 17°.

 

Procedure ‘werken met derden’

Het is dus aangewezen om in de procedure ‘werken met derden’ een duidelijk onderscheid te maken tussen beide verplichtingen en de aankoopdienst duidelijk te informeren over de verschillende eisen die moeten gesteld worden afhankelijk van het type contract/opdracht:

 

  • Dit betreft o.a. het meesturen ter ondertekening van de ‘Algemene Veiligheidseisen voor Derden’ bij het afsluiten van een overeenkomst met een contractor.
  • Wanneer het KB tijdelijke en mobiele bouwplaatsen van toepassing is, moet het bedrijf als werkgever/opdrachtgever een veiligheidscoördinator aanstellen, deze wijzen op zijn wettelijke verplichtingen en hem de nodige samenwerking verlenen. Hiervoor moet er een schriftelijke overeenkomst afgesloten worden. Deze verplichting kan eventueel wel opgenomen worden door de bouwdirectie belast met het ontwerp.

 

3. Uitzendkrachten

 

Uitzendkrachten kunnen ook gezien worden als een bijzonder type derden die binnen het bedrijf komen werken. Teneinde ook hun welzijn te garanderen, bij de uitvoering van hun werk, zijn er ook wettelijke verplichtingen na te leven. We sommen ze hieronder voor u op.

 

Vooraf: “ter beschikkingstelling”

Het uitlenen van personeel met overdracht van werkgeversgezag is in België verboden, behalve voor de uitzonderingsgevallen die opgenomen zijn in de wet.  Dit verbod werd ingesteld om misbruiken in de vorm van koppelbazerij te kunnen bestrijden.  Koppelbazen zijn tussenpersonen die werknemers ronselen met de bedoeling om hen onder de normale marktprijs uit te lenen aan gebruikers, bv. door die werknemers een loon uit te betalen dat onder de wettelijk voorgeschreven minimumloonbarema’s ligt (= sociale dumping). 

Om die reden bestaat een principieel verbod op “de terbeschikkingstelling van werknemers”, tenzij in welbepaalde wettelijke uitzonderingsgevallen. Naast een aantal specifieke gevallen, waarop we hier niet verder ingaan, is uitzendarbeid ook een uitzondering op dit verbod. Dit kan enkel maar indien voldaan wordt aan alle bij de wet gestelde voorwaarden. Bovendien moeten uitzendbureaus daarvoor over een vergunning beschikken. 

 

Volledigheidshalve duiden we ook nog even op de voorwaarden die moeten vervuld worden zodat het werken met onderaannemers (zie punt 1) niet zou gezien worden als de verboden ‘terbeschikkingstelling van werknemers’. In dat geval stelt zich immers de vraag in welke mate de gebruikende onderneming (klant) instructies kan geven aan de werknemers van de dienstverlener (aannemer) zonder in aanvaring te komen met het verbod op terbeschikkingstelling. In het kader daarvan gelden de volgende principes: 

  • Een gebruiker (klant) die beroep doet op een dienstverlener (aannemer), mag steeds aan de werknemers van die dienstverlener instructies geven m.b.t. de welzijnsvoorschriften die gelden in zijn bedrijf (bv. veiligheidsinstructies). 
  • Andere instructies mogen door de gebruiker alleen maar worden gegeven als de volgende voorwaarden allemaal zijn vervuld: 
    • er moet een geschreven overeenkomst bestaan tussen de gebruiker en de dienstverlener;

    • in die overeenkomst moet uitdrukkelijk en gedetailleerd worden bepaald welke instructies de gebruiker kan geven aan de werknemers van de dienstverlener; 

    • het instructierecht van de gebruiker mag het werkgeversgezag van de dienstverlener op geen enkele wijze uithollen (Concreet betekent dit dat instructies van de gebruiker niet alleen technisch, doch ook qua organisatie van het personeel niet zo ver mogen gaan dat ze een wezenlijke inmenging vormen in de uitoefening van het werkgeversgezag. Het instructierecht dat wordt toegekend aan de gebruiker mag m.a.w. niet verder gaan dan wat nodig is met het oog op de goede uitvoering van het werk of de opdracht die het voorwerp uitmaakt van de aannemings- of dienstverleningsovereenkomst);

    • de feitelijke uitvoering van het instructierecht door de gebruiker moet volledig overeenstemmen met de uitdrukkelijke bepalingen van de overeenkomst;

    • de gebruiker moet onmiddellijk zijn ondernemingsraad (of bij gebrek daaraan, het comité voor preventie en bescherming op het werk, of bij gebrek daaraan, de leden van de vakbondsafvaardiging) op de hoogte brengen van het bestaan van de geschreven overeenkomst waarin hem een instructierecht wordt verleend over de werknemers van de dienstverlener;

    • de gebruiker moet een kopie van het gedeelte van de overeenkomst waarin het instructierecht wordt geregeld, bezorgen aan de leden van de ondernemingsraad, het comité voor preventie en bescherming op het werk of de vakbondsafvaardiging, wanneer die daarom vragen.  

Als één van deze voorwaarden niet wordt nageleefd én de gebruiker instructies geeft aan de werknemers van een dienstverlener die verder gaan dan loutere welzijnsvoorschriften, dan is er sprake van een verboden overdracht van werkgeversgezag en dus van een onwettige terbeschikkingstelling van werknemers.

 

Uitzendarbeid en welzijn

Naast de specifieke wetgeving (sociale wetten) die uitzendarbeid volledig juridisch regelt, is deze vorm van arbeid ook opgenomen in de welzijnswet en de Codex (zie hoger). Het zijn juist deze verplichtingen die we hier toelichten.

 

De gebruiker (= inlener) moet, gedurende de periode waarin de uitzendkracht bij de gebruiker werkt, instaan voor het welzijn van de uitzendkracht bij de uitvoering van zijn werk, op dezelfde manier als voor de eigen medewerkers.

 

Vooraleer op een uitzendkracht beroep te doen, stelt de gebruiker het uitzendbureau in kennis van de vereiste beroepskwalificaties en alle informatie met betrekking tot het welzijn bij het uit te voeren werk. Aan de hand van deze informatie selecteert het uitzendbureau een geschikte uitzendkracht. De informatie-uitwisseling gebeurt door de creatie van een werkpostfiche waarvan een model als bijlage X.2-1 in de Codex is opgenomen. Deze werkpostfiche wordt in eerste instantie door de gebruiker ingevuld op basis van de risicoanalyse van de werkpost. Er dient een werkpostfiche te worden opgemaakt voor elke werkpost of elke functie waarvoor gezondheidstoezicht verplicht is. Het uitzendbureau laat de uitzendkracht de werkpostfiche ondertekenen en bezorgt hem een kopie. Op die manier is de uitzendkracht ook op de hoogte van alle welzijnsgerelateerde informatie betreffende zijn job.

 

Wat betreft het gezondheidstoezicht voor uitzendkrachten (Codex boek I–titel 4–hoofdstuk IV–afdeling 7 en Codex boek X–titel 2–hoofdstuk III) bestaat er een duidelijke verdeling van de verplichtingen tussen het uitzendbureau en de gebruiker:

  • Verplichtingen uitzendbureau:
    • een voorafgaande gezondheidsbeoordeling (vóór de tewerkstelling of wanneer de geldigheidsduur van de arbeidsgeschiktheid is verstreken);
    • de vereiste inentingen;
    • bepaalde maatregelen in verband met moederschapsbescherming (met uitzondering van de maatregelen die gebruiker moet nemen);
  • Verplichtingen gebruiker:
    • voorzien in eventuele spontane raadpleging;
    • uitvoeren van de voorafgaande gezondheidsbeoordeling indien dit met het uitzendbureau werd afgesproken (de verantwoordelijkheid hiervoor blijft evenwel steeds bij het uitzendbureau berusten);
    • nemen van maatregelen indien er een risico bestaat van blootstelling aan agentia, procedés of arbeidsomstandigheden voor de zwangere werkneemster of voor de werkneemster die borstvoeding geeft (identiek als voor eigen werkneemsters).

 

Algemeen dient de gebruiker ook nog volgende maatregelen te treffen:

1. zich vergewissen van de bijzondere beroepskwalificatie van de uitzendkracht (gevraagd in de werkpostfiche);

2. zonder kosten voor de uitzendkracht, ter beschikking stellen van de werkkledij overeenkomstig de bepalingen van boek IX, titel 3;

3. zonder kosten voor de uitzendkracht, ter beschikking stellen van passende PBM overeenkomstig de bepalingen van boek IX, titel 2;

4. nagaan of de uitzendkracht die onderworpen is aan gezondheidstoezicht, medisch geschikt werd verklaard om het werk uit te oefenen en dit aan de hand van het formulier voor de gezondheidsbeoordeling of een afdruk uit de centrale gegevensbank, bedoeld in artikel X.2-13;

5. voorzien in onthaal waarbij alle relevante informatie gegeven wordt betreffende:

a)            alle risico’s verbonden aan de werkpost;

b)           de verplichtingen van de hiërarchische lijn;

c)            de opdrachten en de bevoegdheden van de interne dienst;

d)           de toegang tot de sociale voorzieningen;

e)           de wijze van uitoefening van het recht op de spontane raadpleging;

f)            de organisatie van de eerstehulpverlening;

g)            de lokalisatie van de gevaarlijke toegangszones en de maatregelen genomen in spoedgevallen en in geval van ernstig en onmiddellijk gevaar;

6. de uitzendkracht alle specifieke veiligheidsinstructies bezorgen die nodig zijn om de risico’s eigen aan de werkpost of activiteit en de risico’s verbonden aan de arbeidsplaats te voorkomen;

7. zorgen voor voldoende en aangepaste opleiding;

8. de bevoegde preventieadviseur van de interne dienst en de preventieadviseur arbeidsgeneesheer verwittigen, hen betrekken bij de bijzondere maatregelen en zich ervan vergewissen dat ze hun taken uitvoeren.

 

4. Verschillende werkgevers op eenzelfde of naburige arbeidsplaats

 

Tot slot hebben we het nog kort over een laatste vorm van derden op de werkplek. Dit betreft de situaties waarbij er verschillende werkgevers naast elkaar (zonder verbintenissen) op eenzelfde of naastliggende werkplek (site, gebouw,…) actief zijn. Dit wordt geregeld in hoofdstuk III van de Welzijnswet.

 

Werkgevers op eenzelfde werkplek hebben volgende verplichtingen (art. 7 §1):

  1. samenwerken bij de uitvoering van de maatregelen met betrekking tot het welzijn van hun werknemers bij de uitvoering van hun werk;
  2. rekening houdend met de aard van hun werkzaamheden, hun optreden coördineren met het oog op de bescherming tegen en de preventie van risico’s voor het welzijn van hun werknemers bij de uitvoering van hun werk;
  3. elkaar wederzijds de nodige informatie geven betreffende :
  • de risico’s voor het welzijn alsmede de preventiemaatregelen en –activiteiten, voor elk type werkpost en/of elke soort functie en/of elke activiteit voor zover deze informatie relevant is voor de samenwerking of coördinatie;
  • de maatregelen welke zijn genomen voor de eerste hulp, de brandbestrijding en de evacuatie van de werknemers en de aangeduide personen die belast zijn met het in praktijk brengen van deze maatregelen.

 

Werkgevers op aanpalende of naburige arbeidsplaatsen gelegen in eenzelfde onroerend goed met gemeenschappelijke uitrustingen, toegangs-, evacuatie- of reddingvoorzieningen, werken samen en coördineren hun optreden met betrekking tot het gebruik en desgevallend het beheer van deze uitrustingen en voorzieningen die een invloed kunnen hebben op de veiligheid en de gezondheid van hun werknemers die op deze arbeidsplaatsen werken (art. 7 §2).

 

Het bovenstaande is niet van toepassing wanneer hoofdstuk IV of V van de Welzijnswet (aannemers, uitzendkrachten of tijdelijk en mobiele bouwplaatsen) van toepassing is.

 

 

RELEVANTE INFO – FOD WASO  http://www.werk.belgie.be/

← Terug naar overzicht