Nieuws

FLITS : Preventieflits april 2017

 

VERZWAARD RISICO: weet u of u in aanmerking komt?

 

Inleiding

 

Hoewel het geen nieuwe wetgeving betreft, is het interessant om nog eens het principe van het “verzwaard risico” onder de aandacht te brengen.

Met het “verzwaard risico”-principe heeft de wetgever als doel de werkgevers die slecht scoren op vlak van arbeidsongevallen, financieel te bestraffen. Bedrijven die slecht scoren met hun ongevallenstatistieken in vergelijking met de andere bedrijven uit hun sector, zullen aan hun verzekeringsmaatschappij een forfaitair bedrag (forfaitaire preventiecontributie) moeten betalen. De maatregel moet onwillige werkgevers op vlak van welzijn en preventie op andere gedachten brengen.

 

Wetgeving

 

De toepassingsregels zitten in het KB van 23 december 2008 tot uitvoering van de arbeidsongevallenwet van 10 april 1971 in verband met de onevenredig verzwaarde risico's. Dit uitvoeringsbesluit omschrijft de frequentie, de ernst, de grens en de duur van de observatieperiode die gehanteerd wordt als toepassingsgebied, met een ondergrens van ‘vijfmaal de gemiddelde ernst en frequentie’.

 

Een verzamelwet van 16 november 2015 houdende diverse bepalingen inzake sociale zaken, maakt daar ‘driemaal’ van, met ingang van 26 november 2015.

 

Een bijhorend KB van 25 november 2015 tot wijziging van het koninklijk besluit van 23 december 2008 tot uitvoering van de arbeidsongevallenwet van 10 april 1971 in verband met de onevenredig verzwaarde risico's, past in uitvoering daarvan de omschrijving van het ‘verzwaard risico’ aan.

 

Verzwaard risico

 

Ondernemingen houden een verzwaard risico in wanneer de risico-index ervan gedurende een observatieperiode van 3 jaar een bepaalde drempel overschrijdt, voor zover er in de loop van die observatieperiode ten minste 6 ongevallen zijn gebeurd met een tijdelijke ongeschiktheid van ten minste 4 dagen of een overlijden tot gevolg.

 

Die drempel wordt bereikt wanneer de risico-index van een onderneming op jaarbasis ten minste 3 keer de gemiddelde index van de activiteitsector van de onderneming en 5 keer de gemiddelde index van de privésector bedraagt in de loop van het laatste jaar en in ten minste één van de andere jaren van de observatieperiode. Tijdens die jaren moeten bovendien minstens 2 ongevallen hebben plaatsgevonden.

 

Voor de ondernemingen die die drempel bereiken, zullen de wettelijke bepalingen worden toegepast op de 200 ondernemingen waarvan de risico-index het sterkst afwijkt van de gemiddelde risico-index van de activiteitsector waartoe de onderneming behoort tijdens het laatste jaar van de observatieperiode.

 

Risico-index

 

De risico-index wordt berekend op basis van het aantal ongevallen en de duur van de tijdelijke ongeschiktheid als gevolg van die ongevallen. Enkel de ongevallen met een tijdelijke ongeschiktheid van ten minste 4 dagen (de dag van het ongeval niet inbegrepen) tellen mee, en de dodelijke ongevallen. Daarbij worden alleen de ongevallen op de arbeidsplaats en niet de ongevallen op de weg naar en van het werk meegerekend.

 

De risico-index wordt jaarlijks berekend en is gelijk aan (frequentie + ernst) gedeeld door de tewerkstelling, uitgedrukt in voltijdse equivalenten.

 

  • Frequentie:

De som van het aantal dodelijke ongevallen en ongevallen met een tijdelijke ongeschiktheid van ten minste 4 dagen die tijdens het jaar in de onderneming zijn gebeurd, vermenigvuldigd met 4.

 

  • Ernst:

De som van het aantal dagen volledige tijdelijke ongeschiktheid die het gevolg zijn van het totale aantal arbeidsongevallen met een tijdelijke ongeschiktheid van ten minste 4 dagen tot gevolg die tijdens het jaar in de onderneming zijn gebeurd.  De duur van de tijdelijke ongeschiktheid is beperkt tot 120 dagen per ongeval. Voor elk dodelijk ongeval worden 120 dagen meegerekend.

 

Om te bepalen of een onderneming als verzwaard risico moet worden beschouwd, moet de risico-index van die onderneming worden vergeleken met de risico-index van de activiteitsector waartoe die onderneming behoort en met de risico-index van de privésector. Die risico-indexen vindt u in de volgende tabel:

 

Risico-indexen van de activiteitsectoren en van de privésector 2013-2015 (pdf - 533,80 KB)

 

Voorbeeld 1

 

In 2014 stelde onderneming A 25 voltijdse equivalenten (VTE) tewerk en in de periode 2012-2014 telde ze 15 arbeidsongevallen op de arbeidsplaats met een tijdelijke ongeschiktheid van ten minste 4 dagen tot gevolg. Dat is meer dan het bepaalde minimum van 6 ongevallen.

 

  • 6 ongevallen zijn in 2014 gebeurd. Van die 6 ongevallen hebben er 3 geleid tot een tijdelijke ongeschiktheid van 5 dagen. De 3 andere ongevallen hebben geleid tot een tijdelijke ongeschiktheid van respectievelijk 8, 52 en 145 dagen.

De frequentie wordt berekend op basis van het aantal ongevallen met ten minste 4 dagen tijdelijke ongeschiktheid tot gevolg.

De frequentie voor 2014 is bijgevolg gelijk aan: 6 ongevallen x 4 =24.

 

  • Voor de ernst wordt het aantal dagen ongeschiktheid opgeteld van de 6 ongevallen van 2014 met ten minste 4 dagen tijdelijke ongeschiktheid tot gevolg. Voor het ongeval met 145 dagen tijdelijke ongeschiktheid als gevolg wordt de duur van ongeschiktheid beperkt tot 120 dagen.

De ernst voor 2014 is bijgevolg gelijk aan: 5+5+5+8+52+120 = 195.

 

  • De risico-index (frequentie + ernst)/VTE is gelijk aan: (24+195)/25= 8,76.

 

De index van de activiteitsector van de onderneming is gelijk aan 2,38 ; die van de privésector 0,93. Onderneming A heeft dus een risico-index die 3,68 keer hoger ligt dan de index van haar activiteitsector en 9,42 keer hoger dan de gemiddelde index van de privésector.

 

Als de risico-index van de onderneming ofwel in 2012, ofwel in 2013, ofwel in de loop van beide jaren ook ten minste 3 keer de index van de activiteitsector en 5 keer de index van de privésector bereikt heeft, wordt de onderneming als verzwaard risico beschouwd. Op voorwaarde dat de onderneming in het jaar dat het aan de voorwaarden voor de risico-index voldoet ook twee ongevallen gehad heeft met ten minste 4 dagen arbeidsongeschiktheid.

 

De onderneming zal de gevolgen van het verzwaard risico (het betalen van een bijdrage en het opstellen en uitwerken van een actieplan) echter pas moeten dragen als ze behoort tot de 200 ondernemingen waarvan de risico-index het sterkst afwijkt van de index van de activiteitsector voor 2014. Als de 200e onderneming in die rangschikking een risico-index heeft die bijvoorbeeld 3,80 keer hoger ligt dan de index van de activiteitsector, zal de onderneming in dit voorbeeld (index 3,68 keer hoger) niet worden opgenomen in de lijst die Fedris meedeelt aan de verzekeringsondernemingen.

 

Voorbeeld 2

 

In 2014 stelde onderneming B 5 voltijdse equivalenten (VTE) tewerk en in de periode 2012-2014 telde ze 5 arbeidsongevallen op de arbeidsplaats met een tijdelijke ongeschiktheid van ten minste 4 dagen tot gevolg en 1 dodelijk arbeidsongeval. In 2014 is een werknemer overleden als gevolg van een arbeidsongeval. Een andere werknemer was gedurende 7 dagen tijdelijk arbeidsongeschikt.

 

  • De frequentie wordt berekend op basis van het aantal ongevallen met ten minste 4 dagen tijdelijke ongeschiktheid tot gevolg.

De frequentie voor 2014 is bijgevolg gelijk aan: 2 ongevallen x 4 = 8.

  • Voor de ernst wordt het aantal dagen ongeschiktheid opgeteld van de 2 ongevallen van 2014 met ten minste 4 dagen tijdelijke ongeschiktheid tot gevolg. Voor het dodelijke ongeval wordt een vast aantal van 120 dagen meegerekend. 

De ernst voor 2014 is bijgevolg gelijk aan: 7 + 120 = 127.

 

  • De risico-index [(frequentie + ernst)/VTE] van de onderneming B in 2014 is gelijk aan: (8 + 127)/5 = 27.

 

De gemiddelde risico-index van de activiteitsector van de onderneming is gelijk aan 2,42 ; die van de privésector aan 0,93. Onderneming B heeft dus een risico-index die 11,2 keer hoger ligt dan de index van haar activiteitsector en 29 keer hoger dan de gemiddelde index van de privésector.

 

Wanneer we de risico-index van de onderneming berekenen voor 2012 en 2013, stellen we vast dat de risico-index respectievelijk 2 keer hoger en 4 keer lager ligt dan de gemiddelde index van de activiteitsector voor die twee jaren en respectievelijk hoger en lager is dan de gemiddelde index van de privésector.

 

Onderneming B zal voor het jaar 2014 niet als verzwaard risico worden beschouwd aangezien haar risico-index in de loop van de periode 2012-2014 slechts 1 keer ten minste 3 keer de gemiddelde index van haar activiteitsector en 5 keer de gemiddelde index van de privésector bedroeg.

 

Wie bepaalt het verzwaard risico?

 

Fedris berekent de risico-index van de privésector, van de activiteitsectoren en van de ondernemingen en maakt de lijst op van de ondernemingen die als verzwaard risico worden beschouwd. Fedris baseert zich daarvoor op de gegevens in zijn gegevensbank die worden geleverd door de verzekeringsondernemingen. Die gegevensbank bevat ook de informatie over het aantal voltijdse equivalenten die de ondernemingen hebben aangegeven aan de Rijksdienst voor de Sociale Zekerheid (RSZ).

De ondernemingen worden geïdentificeerd op basis van het ondernemingsnummer (dat wordt toegekend door de Kruispuntbank van Ondernemingen). Een onderneming met verschillende vestigingen wordt daarbij als één enkele eenheid beschouwd. Er wordt naar haar activiteitsector verwezen met de NACEBEL-code (4 cijfers) die door de RSZ werd toegekend.  Als aan de onderneming verschillende codes werden toegekend, zal als referentie de code worden gebruikt die betrekking heeft op de activiteit van het grootste aantal van haar werknemers (uitgedrukt in voltijdse equivalenten).

 

Forfaitaire preventiecontributie

 

Elk jaar vóór 30 november deelt Fedris aan de verzekeringsondernemingen de lijst mee van de ondernemingen met een verzwaard risico die tot hun klanten behoren. Fedris deelt die informatie ook mee aan de diensten van de FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg die het welzijn op het werk controleren.

Binnen een termijn van 30 dagen brengt elke verzekeringsonderneming haar klanten met een verzwaard risico op de hoogte van hun statuut. De ondernemingen met een verzwaard risico moeten aan hun verzekeringsonderneming een forfaitaire bijdrage storten die de preventiedienst van de verzekerings-onderneming zal besteden aan de analyse van het risico in de onderneming, een voorstel tot actieplan en concrete remediëringsmaatregelen. De forfaitaire bijdrage wordt berekend op basis van het aantal werknemers (in VTE) van de onderneming en schommelde in 2014 tussen 3 247,33 en 16 236,67 euro.

 

De onderneming stelt een actieplan op om arbeidsongevallen te voorkomen. Ze doet dat in overleg met de interne of de externe dienst voor de preventie en het comité voor de preventie en de bescherming op het werk (of de vakbondsafvaardiging of de werknemers naargelang de criteria in hoofdstuk VIII van de wet van 4 augustus 1996 met betrekking tot het welzijn van de werknemers).

 

De verzekeringsonderneming wordt gevraagd om gedurende 3 jaar regelmatig bij de ondernemingen te informeren naar de uitvoering van het actieplan. Ook de controlediensten voor het welzijn op het werk zullen daaraan aandacht schenken.

 

De onderneming die de volgende twee jaren nog altijd een verzwaard risico inhoudt maar de forfaitaire bijdrage heeft betaald en een actieplan heeft opgesteld, wordt niet behandeld als een verzwaard risico bij de twee volgende selecties.

De onderneming die de volgende twee jaren nog altijd een verzwaard risico inhoudt en de forfaitaire bijdrage niet heeft betaald en/of geen actieplan heeft opgesteld, zal wel in aanmerking worden genomen wanneer de nieuwe lijst van verzwaarde risico’s wordt opgemaakt.

 

Bron : www.fedris.be

 

← Terug naar overzicht