Nieuws

FLITS : Milieu/Preventieflits mei 2016

REACH :


Verplichtingen van downstreamgebruikers


Wie zijn downstreamgebruikers


Een downstreamgebruiker (DU) is een onderneming of een individu die bij het uitvoeren van zijn activiteiten gebruik maakt van chemische stoffen of mengsels. Deze activiteiten kunnen gebeuren op industrieel of professioneel niveau.


Als een downstreamgebruiker op een industriële locatie gevestigd is, wordt deze, ongeacht de grootte, een industriële gebruiker genoemd.

Werknemers die buiten een industriële omgeving stoffen of mengsels gebruiken, worden professionele of beroepsmatige gebruikers genoemd. Voorbeelden van deze categorie zijn overheden, administratieve diensten, onderwijs, amusement, dienstverlening, ambachtslieden e.a.

 

Er wordt een onderscheid gemaakt tussen industriële en professionele gebruikers daar dit typische gebruiksomstandigheden inhoudt. Bijvoorbeeld een verfspuiter in een autofabriek wordt een industriële gebruiker genoemd en zal andere werkomstandigheden hebben dan een garagehouder die met een verfspuit de lak van een wagen herstelt (professionele gebruiker).

 

Downstreamgebruikers zijn in veel sectoren en beroepen terug te vinden. In onderstaande opsomming vindt u enkele voorbeelden hiervan:

 

  1. Samensteller van mengsels: Deze produceren mengsels, die doorgaans verder downstream in de keten worden geleverd. Daartoe behoren o.a. verven, kleefmiddelen, reinigingsmiddelen en diagnosekits.
  2. Eindgebruikers: De eindgebruikers gebruiken stoffen of mengsels zelf en leveren deze niet verder downstream. Voorbeelden zijn gebruikers van kleefmiddelen, coatings en inkten, smeermiddelen, schoonmaakmiddelen, oplosmiddelen en chemische reagentia zoals bleekmiddelen.
  3. Producent van voorwerpen: Deze verwerken stoffen of mengsels in of op materialen om uiteindelijk tot een voorwerp te komen. Voorbeelden hiervan zijn textiel, industriële apparatuur, huishoudelijke apparaten en voertuigen (zowel onderdelen als afgewerkte producten).
  4. Vuller: Een vuller brengt stoffen of mengsels van de ene recipiënt over naar een andere, meestal gebeurt dit in kader van herverpakken en/of herlabelen.

 

In sommige gevallen kunnen ook importeurs downstreamgebruikers zijn, nl.: 

  • Wederimporteurs:

Zij importeren een stof, op zichzelf of in een mengsel, die oorspronkelijk in de EU is vervaardigd en door iemand in dezelfde toeleveringsketen is geregistreerd. 

  • Importeur met een "enige vertegenwoordiger" (only representative – OR):

Importeurs zijn downstreamgebruikers als hun leverancier van buiten de EU een "enige vertegenwoordiger" heeft benoemd die als in de EU gevestigde registrant optreedt.


Verplichtingen van downstreamgebruikers

Downstreamgebruikers spelen een belangrijke rol in het volledige REACH gebeuren en het bevorderen van het veilig gebruik van chemische stoffen. Daardoor is het dan ook belangrijk dat u als downstreamgebruiker bewust bent van uw rol en verplichtingen.


1. Verzamelen en doorgeven van de gebruiken

 

Om een doeltreffende communicatie m.b.t. het veilig gebruik van een stof of mengsel in de keten te kunnen voeren, is het belangrijk om de juiste gebruiken van een stof of mengsel te communiceren naar de leverancier. Door deze informatie door te geven kunnen de registranten deze gebruiken dan ook opnemen in de chemische veiligheidsbeoordeling. Hierbij moet wel vermeld worden dat dit geen verplichting is binnen REACH, maar een recht van de downstreamgebruiker.

 

2. Vaststellen en toepassen van de maatregelen in het veiligheidsinformatieblad

 

Alle gevaarlijke stoffen of mengsels worden geleverd samen met een veiligheidsinformatieblad (VIB) of safety data sheet (SDS). Bij het ontvangen van deze veiligheidsinformatiebladen moeten de risico’s en de nodige maatregelen, op de locatie van gebruik, adequaat kunnen beheerst worden.


Wanneer een downstreamgebruiker een veiligheidsinformatieblad samen met blootstellingsscenario’s (= uitgebreid VIB) ontvangt, moet hij controleren of zijn eigen gebruik(en) van de stof of mengsel en zijn gebruiksomstandigheden onder deze zoals beschreven in het blootstellingsscenario vallen.


Volgens artikel 36 van de REACH verordening heeft elke fabrikant, importeur, distributeur en downstreamgebruiker de verplichting om de informatie die nodig is om aan te tonen dat hij voldoet aan zijn verplichtingen, gedurende minstens 10 jaar nadat hij een stof of mengsel heeft gebruikt, ter beschikking te houden.


Om aan het bovenstaande artikel te kunnen voldoen en de controle van het uitgebreid VIB te structureren, maken we bij Consultes gebruik van een ‘conformiteitscontrole’ - tool.


Deze tool, opgemaakt in Excel, is opgebouwd uit verschillende tabbladen waarin, naast het sjabloon voor de controle, ook de verschillende codes van het richtsnoer R12 over het gebruiksdescriptorsysteem in vervat zitten. Dit gebruiksdescriptorsysteem wordt gebruikt om het geïdentificeerd gebruik in de blootstellingsscenario’s te omschrijven.

 

Volgens de REACH verordening moeten de registranten een “beknopte algemene beschrijving van het gebruik" meegeven in het technisch dossier voor alle stoffen waarvoor registratie is vereist. Dit doen zij aan hand van een codering die vastgelegd is in het richtsnoer R12.
Aan de hand van deze codering kan u de codes van toepassing op uw gebruik, uit de blootstellingsscenario’s filteren.

 

Voorwaarden voor het uitvoeren van de controle.

Bij de ontvangst van een nieuwe veiligheidsinformatieblad dient er een eerste controle te gebeuren nl.:

 

1. Is er een REACH-registratienummer weer te vinden in het veligheidsinformatieblad?

Bij een zuivere stof :
o Het registratienummer kan u terug vinden in rubriek 1 - ‘Identificatie stof/mengsel en vennootschap/onderneming’ - onder het onderdeel product-identificatie

 

Voor een mengsel :
o Het REACH registratienummer is weer te vinden in rubriek 3 – ‘Samenstelling en informatie over de bestanddelen’

 

2. Is er een bijlage terug te vinden ?

Deze bevindt zich achteraan, na rubriek 16, als bijlage bij het VIB.

 

Indien aan deze beide voorwaarden voldaan is, dan is een conformiteitscontrole nodig en kan de tool gebruikt worden om aan te tonen dat de controle uitgevoerd werd en de nodige acties werden ondernomen binnen een periode van 12 maanden na de ontvangst van het uitgebreid VIB.

 

Belangrijk is dat u steeds de datum van ontvangst van een VIB (= datum waarop het VIB in het bedrijf binnengekomen is) registreert. Vanaf deze dag begint de termijn van 12 maanden te lopen.

 

Wat als bij de controle afwijkingen vastgesteld worden ?

Als het eigen gebruik of de gebruiksomstandigheden afwijken van wat is beschreven in het uitgebreide veiligheidsinformatieblad, moeten de downstreamgebruikers één van de volgende maatregelen nemen:

 

  • de leverancier informeren over het gebruik, zodat dit wordt opgenomen in de chemische veiligheidsbeoordeling van de leverancier, waarna de downstreamgebruiker een aangepast blootstellingsscenario ontvangt;
  • de gebruiksomstandigheden implementeren zoals beschreven in het ontvangen blootstellingsscenario;
  • de stof of het proces vervangen door een veiliger alternatief waarvoor geen blootstellingsscenario is vereist of waarvan het gebruik wordt ondersteund;
  • een andere leverancier zoeken die de stof levert met een blootstellingsscenario waarin het gebruik wordt ondersteund.

 

De downstreamgebruikers moeten binnen twaalf maanden na ontvangst van het veiligheidsinformatieblad met een bijlage de gebruiksomstandigheden implementeren of alternatieve maatregelen nemen. Alle besluiten en genomen maatregelen in alle stadia dienen geregisteerd te worden.

 

Indien er bij de controle wordt vastgesteld dat uw gebruik bij de ‘ontraden gebruiken’ vermeld staan in het VIB, en de leverancier kan dit gebruik niet opnemen of als de gebruiksomstandigheden te verschillend zijn, dan moet de downstreamgebruiker dit melden bij het ECHA. Dit dient te gebeuren binnen de 6 maanden na de ontvangst van het VIB. Indien u meer dan 1 ton van een stof of mengsel gebruikt zal u daarnaast ook een chemisch veiligheidsrapport moeten opmaken.

 

3. Communicatie met leveranciers

 

Als downstreamgebruiker moet u de leverancier op de hoogte brengen als de voorgestelde risicobeheersmaatregelen beschreven in het VIB niet passend zijn of als u het niet eens bent of twijfelt aan de juistheid van de informatie in het blootstellingsscenario.
U dient ook te communiceren met uw leverancier als u, om een gegronde reden, uw stof anders indeelt dan uw leverancier. Daarnaast zal u dat ook moeten melden bij het ECHA.

 

Als u aanvullende of nieuwe informatie te beschikking heeft over de stof of het mengsel, dan moet u dit actief (lees onverwijld) aan uw leverancier doorgeven.

 

Deze verplichting is vastgelegd in artikel 34 van REACH.

 

4. Communicatie in de toeleveringsketen

 

Als een downstreamgebruiker gevaarlijke stoffen of mengsels levert, dan moet deze de informatie voor een veilig gebruik van dit product aan zijn klant doorgeven. Dit moet gebeuren door middel van een veiligheidsinformatieblad of eventueel op een andere wijze.

 

Het VIB of de informatie moet onmiddellijk aangepast worden indien:

  • nieuwe informatie ter beschikking komt over de risicobeheersmaatregelen of de gevaren van de stof of het mengsel;
  • een autorisatie werd verleend of geweigerd;
  • een beperking werd opgelegd.

 

5. Voldoen aan autorisatie

 

Als een downstreamgebruiker een stof gebruikt die voorkomt op de autorisatielijst, moet hij deze vervangen door een veiliger alternatief.

Als hij de stof toch wil blijven gebruiken, moet zijn leverancier of de downstreamgebruiker zelf een autorisatie voor zijn specifiek gebruik aanvragen.

 

Van zodra een stof op de autorisatielijst komt te staan en u deze stof toch wil verder gebruiken, moet u zo snel mogelijk de autorisatie aanvragen bij ECHA. Redenen: de verwerking van de autorisatieaanvraag kost tijd.

 

Als een downstreamgebruiker een stof gebruikt die op de autorisatielijst voorkomt en waarvoor een autorisatie is verleend voor zijn gebruik, moet de downstreamgebruiker het ECHA, binnen de 3 maanden na eerste levering, op de hoogte stellen van dit gebruik.

 

Bij een autorisatie-plichtige stof moet de leverancier dit vermelden in rubriek 15 van het veiligheidsinformatieblad. Het autorisatienummer moet ook vermeld worden op het etiket.

 

6. Voldoen aan beperkingen

 

Als voor een stof die een downstreamgebruiker gebruikt een beperking geldt, mag hij deze alleen blijven gebruiken als hij voldoet aan de voorwaarden van de beperking.

 

De leverancier moet in rubriek 15 van het veiligheidsinformatieblad vermelden of het over een stof met beperkingen gaat.

 

7. Producenten van voorwerpen

 

Als een downstreamgebruiker een voorwerp produceert of invoert dat een zeer zorgwekkende stof (SVHC) bevat in een concentratie van meer dan 0,1 gewichtsprocent (w/w), moet hij afnemers van het voorwerp voldoende informatie verstrekken omdat zij dit veilig kunnen gebruiken. Deze plicht geldt vanaf het moment dat een stof op de kandidaatslijst staat.

 

De informatie moet worden verstrekt bij levering aan downstreamgebruikers en, indien consumenten er om verzoeken, binnen 45 dagen na ontvangst van het verzoek.

 

Als de totale hoeveelheid van de SVHC in die voorwerpen meer dan een ton per producent of importeur per jaar bedraagt, moet de downstreamgebruiker daarnaast het ECHA in kennis stellen.

 

Als een downstreamgebruiker voorwerpen produceert of importeert waaruit opzettelijk een stof vrijkomt (zoals een geurende afvalzak) en de totale hoeveelheid van de stof in die voorwerpen meer dan een ton per producent of importeur per jaar bedraagt, moet hij de stof in die voorwerpen bij het ECHA registreren. Als de stof al geregistreerd is voor uw gebruik, is registratie of kennisgeving niet meer nodig.

 


RELEVANTE INFO - ECHA :
http://echa.europa.eu/nl/regulations/reach/downstream-users/

 

← Terug naar overzicht