Nieuws

FLITS : Milieu/Preventieflits augustus 2016

Vlarem-trein en zomertrein 2015 eindelijk gepubliceerd !

 

Op 26 augustus 2016 werd de Vlarem-trein en zomertrein 2015 eindelijk gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad. De Vlarem-trein 2015 wijzigt Vlarem II, Vlarel, het project-MER-besluit, het stooktoestellenbesluit, het milieuhandhavingsbesluit, Vlarema en het besluit inzake verhandelbare emissierechten.

 

In onderstaand overzicht zijn per besluit de belangrijkste veranderingen opgenomen.

 

Een artikelsgewijze bespreking van alle wijzigingen is terug te vinden in het verslag aan de Vlaamse Regering op basis waarvan de Vlaamse Regering op 18 maart 2016 het ontwerp besluit “Vlarem-trein 2015/zomertrein” goedkeurde. Dit verslag is terug te vinden op de website van LNE.

(https://www.lne.be/themas/vergunningen/bestand/vlarem-trein-2015_definitief_goedgekeurd/VR%202016%201803%20DOC.0243-3%20VLAREM-trein%20-%20bijlage.pdf)

 

Vlarem II en bijlage

 

  • koelinstallaties (definities en hfdst. 4.4., 5.2., 5.15., 5.16. ; 5bis.15.) :

 

  • wijziging definitie nominale koelmiddeleninhoud : buffer- of reservevat moet meegeteld worden voor bepaling;
  • wijziging definitie nominaal koelvermogen : alle airconditioningsinstallaties op gebouwniveau moeten in rekening gebracht worden ; het nominaal koelvermogen is dus niet langer het individuele vermogen van een installatie;
  • bijkomende definities m.b.t. werkzaamheden aan koelinstallaties teneinde een aantal begrippen (installatie, onderhoud, reparatie, buitendienststelling, …) te verduidelijken, incl. verduidelijking welke werkzaamheden door welk type erkend technicus mogen uitgevoerd worden;opname verplichtingen m.b.t. erkenning voor uitvoeren werkzaamheden die schadelijke emissies van gefluoreerde broeikasgassen of ozonlaag afbrekende stoffen kunnen veroorzaken ; deze verplichtingen werden in verscheidene hoofdstukken ingeschreven;
  • opname van aangepaste grens voor uitvoering lekkagecontroles c.f.r. verordening 517/2014 nl. 5 ton CO2-equivalent in plaats van 3 kg koelmiddelinhoud ; deze verplichting was reeds van toepassing sedert 1 januari 2015 door publicatie van verordening 517/2014 maar wordt nu ook ingeschreven in Vlarem II;

 

  • ingedeelde supermarkten (NACE 47.11) (definities, hfdst. 4.2., 4.5. en bijlagen 4.5.7.) :

 

  • definities en normenkader m.b.t. geluid voor laden, lossen, en manoeuvreren van vrachtwagens;

 

  • zeehavengebieden (definities) :

 

  • afstemming definitie zeehavengebied op afbakening zeehavengebieden in Havendecreet;

 

  • lozing koelwater (hfdst. 4.2.) :

 

  • bijkomende controle inrichting voor lozen van kleine debieten koelwater (< 100 m³/uur en > 2 m³/uur) in analogie met bestaande verplichting voor kleine debieten afvalwater;

 

  • lozing huishoudelijk afvalwater tijdelijke evenementen (definities en hfdst. 6.) :

 

  • aangepaste verplichting m.b.t. lozing sanitair afvalwater;

 

  • lozing afvalwater (bijlage 4.2.5.2. en 5.3.2.) :

 

  • verankering minimum controle meting van 1 maal/jaar, én het uitvoering van een controlemeting na uitvoering metingen;
  • aanpassing rapportagegrenzen voor basismilieukwaliteitsnormen voor oppervlaktewater, concreet betekent dit een aanpassing van de concentratie van een aantal parameters waarboven de betreffende parameter in de milieuvergunning dient opgenomen te worden als lozingsnormaanpassing sectorale lozingsnormen voor grafische sector (bijlage 5.3.2.16.), lak, verf, drukinkten en pigmenten (bijlage 5.3.2.22.), werktuigbouw, koudbewerking en oppervlaktebehandeling van metalen en kunststoffen (bijlage 5.3.2.55.);

 

  • lucht (hfdst. 4.4., 5.2., 5.43, bijlage 4.4.2. tem. 4.4.4.) :

 

  • meetsystemen lucht : kwaliteitsborging voor geautomatiseerde meetsystemen (lucht) wordt tot 30 juni 2017 uitgevoerd conform code van goede praktijk ; vanaf 1 juli 2017 conform de CEN normen;
  • aanvulling kolom emissiegrenswaarden met CAS nummer en meetmethodes in tabel emissiegrenswaarden;
  • verankering minimum controlemeting van 1 maal/jaar, én het uitvoeren van een controlemeting na uitvoering metingen binnen de 2 weken, én er kan pas naar de start van het meetprogramma terug gegaan worden na een controlemeting (dus niet langer na uitvoering maatregelen);

 

  • stof (hfdst. 4.4.) :

 

  • verduidelijking rond uiterlijke datum opstellen stofrapport voor inrichting die pas na 1 juli 2014 de drempel voor opstellen stofrapport overschrijden;

 

  • energieplannen (hfdst. 4.9.) :

 

  • bepaling omtrent “economische pardonnabiliteit” wordt aangevuld, zodat er, naast een verlenging van de uitvoeringstermijn van energiemaatregelen opgenomen in een energieplan, tevens een vrijstelling tot uitvoeren van bepaalde maatregelen verleend kan worden. Deze vrijstelling kan enkel verleend worden indien de exploitant aan de hand van berekeningen van de interne rentevoet aantoont dat het uitvoeren van deze maatregelen niet (langer) rendabel is;

 

  • energieaudits (hfdst. 4.9.) :

 

  • aanpassing toepassingsgebied : ingedeelde inrichtingen waar ofwel meer dan 250 personen werkzaam zijn, of waarvan de jaaromzet 50 milj. euro overschrijdt en (i.p.v. vroegere of) het jaarlijkse balanstotaal 430 milj. euro overschrijdt;
  • bijkomende afwijking : ingedeelde inrichtingen die over een geldig energieprestatiecertificaat publieke gebouwen beschikken zijn vrijgesteld van opmaak energieaudit;

 

  • verwerking afval (hfdst. 5.2.) :

 

  • uren aanvoer (enkel tussen 7u en 19u) gelden tevens voor afvoer;
  • verduidelijking veiligheidsvereisten opslag gevaarlijke afvalstoffen (wijziging n.a.v. CLP, en verouderde verwijzing naar voorwaarden hoofdstuk 5.17.);
  • aangepaste voorwaarden opslag afval in containerparken, nl. in aangepaste recipiënten en stockage ruimten (i.p.v. vroegere ‘rechtstreeks in containers’);
  • schrappen verplichting tot gescheiden opslag van niet-gedepollueerde en gedepollueerde voertuigwrakken;
  • bijkomende voorwaarden (emissiegrenswaarde voor organische stoffen) voor vrijkomen van VOS-emissies bij verwerking van extern aangevoerd bedrijfsafvalwater en vloeibare of slibachtige bedrijfsafvalstromen;
  • bijkomende en aangepaste voorwaarden voor verbrandings- en meeverbrandingsinstallaties voor afvalstoffen ; het gaat onder meer over aanpassing te onderzoeken opties uit kosten-batenanalyse, meetfrequentie dioxinen en furanen (tweejaarlijks i.p.v. zesmaandelijks), aangepaste verwijzingen naar hfdst. 5.19.1.4.;
  • aanpassing vergunningsvoorwaarden stortplaatsen;

 

  • aanbrengen van bedekkingsmiddelen (hfdst. 5.4.) :

 

  • verbodsregel (50 m) t.o.v. woongebied is niet langer van toepassing op moffelovens voor het uitharden van poederlakken;
  • geen mogelijkheid meer om in de milieuvergunning af te wijken van de norm van 100 mg C/Nm³ voor VOS-emissies bij de productie van lak, verf, drukinkten, … ;

 

  • opslag producten in vaste houders (hfdst. 5.6., 5.17. en bijlagen 5.17.)  :

 

  • geen mogelijkheid om een tweede keer een oranje label toe te kennen indien vastgestelde gebreken uit een voorgaande controle niet in orde gebracht werden ; dit moet uitsluiten dat een ‘oranje carrousel’ ontstaat waarbij een erkend deskundige verscheidene keren een opslagtank keurt zonder dat gebreken in orde gebracht worden ; er werd evenwel een uitzondering opgenomen voor gebreken die niet binnen de 6 maanden in orde kunnen gebracht worden;
  • beheersing van VOS afkomstig door lekverliezen van bovengrondse houders wordt uit hoofdstuk 4.4.6. gelicht en in 5.17 opgenomen waardoor specifiekere voorwaarden voor bovengrondse houders opgelegd worden (o.a. periodieke controles met IR camera afhankelijk van product en inhoud tank);
  • invoeren geldigheidstermijn van 5 jaar voor attest prototypekeuringen permanente lekdetectiesystemen en overvulbeveiligingen;

 

  • brandstofverdeelinstallaties (hfdst. 5.6.) :

 

  • afstemming Vlarem II voorwaarden op Richtlijn 2009/126/EG inzake fase II-benzinedampterugwinning, verduidelijking meetfrequentie fase II-benzinedampterugwinning én verduidelijking dat resultaat van een test op het fase II-benzinedampterugwinning moet opgenomen worden in het attest;

 

  • LPG-installaties (hfdst. 5.17.) :

 

  • verduidelijking dat de controlecabine bij een inrichting voor het vullen van recipiënten of bevoorrading van voertuigen zich op de inrichting van de LPG-installatie moet bevinden;

 

  • windturbines (hfdst. 5.20) :

 

  • nieuwe sectorale voorwaarden die hinder van slagschaduw beperken tot max. 30 u per jaar en max. 30 min/dag voor slagschaduwgevoelige objecten in industriegebied (met uitz. van woningen- en max. 8 u per jaar en max. 30 min/dag in alle andere gebieden;

 

  • verbrandingsinstallaties (hfdst. 5.43.) :

 

  • aanpassing te onderzoeken opties uit kosten-batenanalyse;
  • uitzondering op uitvoering periodieke metingen op SO2 en stof voor gasturbines en gasmotoren (brandstof aardgas) die minder dan 500 bedrijfsuren per jaar in bedrijf zijn;

 

  • winning van grondwater (hfdst. 5.53.) :

 

  • sectorale voorwaarden van hfdst. 5.53.4.1. enkel nog van kracht voor in 1e klasse ingedeelde inrichtingen (vroeger alle ingedeelde inrichtingen behalve klasse 3);
  • aanpassing van voorwaarden voor grondwaterwinningen voor openbare watervoorziening, nl. uitvoering staalnamen op mengstaal per pomp of hevelsysteem i.p.v. de centrale productieput en schrappen van voorwaarden voor herboren grondwaterwinningsputten en reservegrondwater-winningsputten;

 

  • VOS-gebruik (hfdst. 5.59.) :

 

  • opnemen bijkomende informatie in het VOS document met name overzicht emissiebronnen, beschrijving ventilatie en eventuele aanwezig afgasbehandelingssystemen, betrouwbaarheidsanalyses met inschatting van de nauwkeurigheden, overzicht gebruikte stoffen of mengsels met bepaalde gevaaraanduidingen;

 

  • standaard garagebedrijven (hfdst. 5bis.15.) :

 

  • alle wijzigingen van gewijzigde Vlarem hoofdstukken die ook opgenomen zijn als voorwaarden voor standaardgaragebedrijven worden hier ook gewijzigd;

 

  • voorwaarden niet ingedeelde inrichtingen (hfdst. 6. en bijlage 6.12.) :

 

  • Alle wijzigingen van gewijzigde Vlarem hoofdstukken die ook opgenomen zijn als voorwaarden voor niet ingedeelde inrichtingen worden hier ook gewijzigd;
  • Er werd een nieuw hoofdstuk 6.12 “Beheersing van stofemissies tijdens bouw-, sloop- en infrastructuurwerken” toegevoegd aan deel 6 van VLAREM II, met als doel het beheersen van stofemissies tijdens bouw-, sloop- in infrastructuurwerken.

 

Vlarel

 

Het VLAREL bevat tot op heden de erkenningen met betrekking tot het leefmilieu, uitgezonderd de 13 erkenningen (= technici, examencentra, bedrijven en keuringsinstellingen) die te maken hebben met gefluoreerde broeikasgassen of ozonlaag afbrekende stoffen. Deze erkenningen zitten momenteel nog vervat in afzonderlijke Vlaamse Besluiten.

 

De erkenningen uit deze voornoemde besluiten van de Vlaamse Regering werden geëvalueerd en bijgestuurd waar nodig en worden met voorliggend besluit in het VLAREL geïntegreerd, rekening houdend met de structuur van VLAREL en de nieuwe verordening (EU) nr. 517/2014.  Deze verordening bepaalt dat voor bepaalde werkzaamheden aan bepaalde installaties met gefluoreerde broeikasgassen een certificaat vereist is.

De definitie van “gebruik van de erkenning” wordt uitgebreid en verduidelijkt. Ook het uitvoeren van bepaalde werkzaamheden (zoals bijvoorbeeld een installatie of het uitvoeren van een onderhoud aan of een lekkagecontrole van een koelinstallatie) of het keuren van een koeltechnisch bedrijf door een erkende keuringsinstelling) vallen onder de definitie van “gebruik van de erkenning”.

 

Ten opzichte van verordening (EG) nr. 842/2006 vallen met verordening (EU) nr. 517/2014 sinds 1 januari 2015 de volgende werkzaamheden bijkomend onder de erkenningsverplichting:

 

a) de buitendienststelling van stationaire koelinstallaties en brandbeveiligingsapparatuur met gefluoreerde broeikasgassen en ozonlaag afbrekende stoffen,

b) de installatie, het onderhoud, de reparatie of de buitendienststelling van koeleenheden van koelwagens en koelaanhangwagens en van elektrische schakelinrichtingen met gefluoreerde broeikasgassen,

c) de lekkagecontroles van koeleenheden van koelwagens en koelaanhangwagens met gefluoreerde broeikasgassen,

d) de terugwinning van gefluoreerde broeikasgassen uit de koeleenheden van koelwagens en koelaanhangwagens met gefluoreerde broeikasgassen.

 

Project-MER besluit

 

In het project-m.e.r.-besluit werden o.a. volgende verduidelijkingen en aanpassingen doorgevoerd : 

 

  • ruilverkavelingsprojecten (bijlage II en III) : uitsluiting kleinere aanpassingen zoals vb. aanleg fietspaden;
  • inrichtingen voor destructie van kadavers (bijlage 2) : verduidelijking verwerkingscapaciteit.

 

 

Stooktoestellenbesluit

 

De wijzigingen betreffen voornamelijk een aanvulling van de zaken die een erkend technicus of geschoolde vakman dient te controleren bij een eerste ingebruikname of controle.

Bijkomend is het niet langer nodig dat de eigenaar van een centraal stooktoestel de keuringsrapporten of attesten (ingebruikname, onderhoud) bij het stooktoestel bewaart. Dit mogen nu ook duplicaten van de attesten zijn. In geval van verhuurder/huurder kan dit nuttiger zijn.

 

Milieuhandhavingsbesluit

 

Met de voormelde wijzigingen aan VLAREM II, het stooktoestellenbesluit, de erkenningsbesluiten en het VLAREL moet ook de lijst met milieu-inbreuken in bijlage VII (artikel 1) van het Milieuhandhavingsbesluit milieubeleid aangepast worden.

 

Vlarema

 

Verwijzing naar erkenning erkend technicus die gefluoreerde broeikasgassent terugwint uit klimaatregelingssystemen in bepaalde voertuigen wordt aangepast in art. 5.2.4.4.

 

Besluit inzake verhandelbare emissierechten

 

Het emissiejaarrapport dient niet langer goedgekeurd te worden. In overeenstemming met richtlijn 2003/87/EG dient het emissiejaarrapport enkel nog geverifieerd te worden vooraleer er emissierechten kunnen overgedragen worden.

 

← Terug naar overzicht