Nieuws

FLITS : Milieu- en Preventiewetgeving vierde kwartaal 2017

Hieronder volgt een update van de meest relevante wijzigingen van de milieu/preventie wetgeving en dit telkens met een link naar de wetgeving.

*Het betreft de wijzigingen vanaf 19/09/2017 t.e.m. 14/12/2017.

 

MILIEU

BBT

 

  • Uitvoeringsbesluit (EU) 2017/2117 van de Commissie van 21 november 2017 tot vaststelling van BBT-conclusies (beste beschikbare technieken) op grond van Richtlijn 2010/75/EU van het Europees Parlement en de Raad, voor de productie van grote hoeveelheden organisch-chemische producten, E.P. 7 december 2017
  • Deze BBT-conclusies hebben betrekking op de fabricage van organisch-chemische producten zoals:
    • de producten vermeld in bijlage I, punt 4.1 van de RIE (Richtlijn Industriële Emissies, 2010/75/EU), o.a. eenvoudige koolwaterstoffen, …;
    • de fabricage van waterstofperoxide als vermeld in bijlage I, punt 4.2 van de RIE;
    • de verbranding van brandstoffen in procesfornuizen/verhitters, wanneer dit deel uitmaakt van bovengenoemde activiteiten.
  • Deze BBT-conclusies zijn enkel van toepassing voor de fabricage van deze producten in continue processen en wanneer de totale productiecapaciteit voor deze chemische producten groter is dan 20 kt/jaar.
  • Link wetgeving: http://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/PDF/?uri=CELEX:32017D2117&from=EN

 

VLAREM II + VLAREM III

 

  • Besluit van de Vlaamse Regering van 27 oktober 2017 tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne en tot wijziging van artikel 3.7.10.2 van titel III van het VLAREM van 16 mei 2014, B.S. 11 december 2017
  • Dit besluit omvat wijzigingen aan VLAREM II en de bijlagen, in functie van de omzetting van de volgende Europese wetgeving:
    • Richtlijn 2015/2193 van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2015 inzake de beperking van de emissies van bepaalde verontreinigende stoffen in de lucht door middelgrote stookinstallaties (= MCP-richtlijn of MCPR, MCP staat voor Medium Combustion Plants).
    • De MCPR stelt o.a. regels vast om de emissies van zwaveldioxide (SO2), stikstofoxiden (NOx) en stof in de lucht door middelgrote stookinstallaties te beheersen.
    • Richtlijn 2016/2284 van het Europees Parlement en de Raad van 14 december 2016 betreffende de vermindering van de nationale emissies van bepaalde luchtverontreinigende stoffen, tot wijziging van Richtlijn 2003/35/EG en tot intrekking van Richtlijn 2001/81/EG (= NEC-richtlijn of NECR, NEC staat voor National Emission Ceilings).
    • De NECR legt emissiereductiedoelstellingen vast voor de antropogene emissies van zwaveloxiden (SOX), stikstofoxiden (NOX), vluchtige organische stoffen exclusief methaan (NMVOS), ammoniak (NH3) en fijn stof met een aerodynamische diameter tot 2,5 µm (PM2,5) voor de lidstaten. De richtlijn bevat een set doelstellingen die van kracht is vanaf 2020 en een tweede set vanaf 2030. Voor de periode tot 2020 blijven de emissieplafonds uit Richtlijn 2001/81/EG van kracht. De lidstaten moeten een programma opstellen waarin zij aangeven hoe ze die doelstellingen zullen halen, een emissie-inventaris en emissieprognoses opstellen, de impact van luchtverontreiniging op ecosystemen in kaart brengen en over al deze zaken rapporteren.
    • Tevens is rekening gehouden met de bepalingen van de Verordening 592/2014 van de Europese Commissie van 3 juni 2014 tot wijziging van Verordening 142/2011 voor wat betreft het gebruik van dierlijke bijproducten en afgeleide producten als brandstof in stookinstallaties. Deze Verordening laat toe dat het verstoken van dierlijk vet en van kippenmest toegelaten wordt volgens de bepalingen van de Verordening. Het verstoken van dierlijk vet en kippenmest is momenteel in Vlaanderen niet toegelaten. Het verbranden van dierlijk vet en kippenmest is alleen toegelaten als afval(mee)verbranding. De betreffende installaties dienen vergund te zijn onder de rubriek 2.3.4 en de voorwaarden uit afdeling 5.2.3bis van VLAREM II dienen nageleefd te worden. Naar aanleiding van de Verordening 592/2014 zal het toegelaten worden om dierlijk vet ook te verstoken, waarbij de installaties alleen nog vergund moeten worden onder rubriek 43. Voor het verstoken van dierlijk vet in motoren (cf. Verordening 592/2014) en in thermische ketels (cfr. Verordening 142/2011) worden aangepaste emissiegrenswaarden en meetverplichtingen opgenomen in afdeling 5.43.2 en 5.43.3 van VLAREM II en dit voor de parameters stof, SO2, NOx, CO, vluchtige organische stoffen en gasvormige anorganische chloriden en fluoriden.
  • Eén van de wijzigingen hierdoor in VLAREM II  betreft de definities, onder meer:
    • Bij de definities van dierlijke bijproducten moet nu ook verwezen worden naar hoofdstuk 5.43.
    • De definities van stof, motor, gasolie, zware stookolie en raffinaderijbrandstof zijn letterlijke overnames uit de MCPR. De desbetreffende begrippen zijn nog niet gedefinieerd in VLAREM. Zowel in de definitie van gasolie als in de definitie van zware stookolie wordt verwezen naar de ASTM-methode D86 (= basis testmethode om het kookpunt van een petroleumproduct te bepalen en op deze manier de kwaliteit van de brandstof te bepalen).
    • Voor noodstroomgeneratoren en vloeibare recuperatiebrandstof wordt een omschrijving voorzien.
  • Tevens bevat het besluit wijzigingen m.b.t. de bepalingen voor middelgrote stookinstallaties in hoofdstuk 5.43 van VLAREM II.
    • De huidige inhoud van de bepalingen voor kleine en middelgrote stookinstallaties uit hoofdstuk 5.43 wordt volledig vervangen door nieuwe bepalingen. Hierdoor wijzigt mogelijks het artikelnummer van de emissiegrenswaarden waaraan de bestaande installatie van een bedrijf dient te voldoen. Voor sommige installaties is er echter geen effectieve wijziging van de emissiegrenswaarden (bv. de emissiegrenswaarden van stookinstallaties op gas met minder dan 500 bedrijfsuren per jaar blijven onveranderd).
    • Onder middelgrote stookinstallaties wordt in de MCPR begrepen: stookinstallaties met een nominaal thermisch vermogen van 1 MW of meer en minder dan 50 MW. Vlaanderen legt echter emissienormen op voor installaties vanaf 300 kW, dus de wijzigingen zijn ook voor deze installaties van belang.  
    • De emissiegrenswaarden voor kleine en middelgrote installaties zijn opgenomen in artikel 5.43.2.3 tot en met 5.43.2.16. Voor nieuwe installaties zijn de emissiegrenswaarden onmiddellijk van kracht. Nieuwe installaties zijn installaties die op of na 20 december 2018 in bedrijf worden gesteld. Voor bestaande installaties gelden de emissiegrenswaarden pas vanaf 1 januari 2025 (voor installaties van meer dan 5 MW) of 1 januari 2030 (voor installaties van 5 MW of minder). De tabellen met emissiegrenswaarden zijn per type brandstof en installatie ook zo opgedeeld. De emissiegrenswaarden hebben betrekking op SO2, NOX, fijn stof en CO. Afhankelijk van de gebruikte brandstoffen worden daarnaast ook voor andere polluenten zoals chloriden, fluoriden, metalen en dioxines emissiegrenswaarden vastgesteld. De artikelen met emissiegrenswaarden worden onderverdeeld in drie paragrafen:
      • een eerste paragraaf met emissiegrenswaarden die geldig zijn tot en met 31 december 2024. Dit zijn de emissiegrenswaarden die momenteel van kracht zijn, die worden aangevuld met emissiegrenswaarden voor installaties die vergund zijn op of na 19 december 2017 of na 20 december 2018 in dienst worden genomen. Deze paragraaf kan worden geschrapt vanaf 1 januari 2025;
      • een tweede paragraaf met emissiegrenswaarden die geldig zijn van 2025 tot en met 2029. Voor nog te vergunnen installaties worden de emissiegrenswaarden niet aangepast en voor reeds vergunde installaties tot 5 MW gebeurt dat in deze fase ook niet. Voor de reeds vergunde installaties groter dan 5 MW worden de emissiegrenswaarden aangepast waar de MCPR dat vereist en bovendien worden de grenswaarden voor installaties die minstens 30 jaar zijn (20 jaar voor turbines en motoren) gelijk gesteld aan die voor installaties die nog net niet zo oud zijn. Deze paragraaf kan worden geschrapt vanaf 1 januari 2030;
      • een derde paragraaf met emissiegrenswaarden die gelden vanaf 1 januari 2030. Hier worden ook voor bestaande installaties tot 5 MW de grenswaarden aangescherpt op dezelfde manier als waarop dat in de tweede paragraaf voor de grotere installaties gebeurt.
    • Voor stookinstallaties met een nominaal thermisch ingangsvermogen van minder dan 300 kW, gevoed met andere vaste, vloeibare en gasvormige brandstoffen dan biomassa-afval, zijn geen emissiegrenswaarden van toepassing, tenzij ze deel uitmaken van een samenstel als vermeld in artikel 5.43.2.1.
    • Voor stookinstallaties met minder dan 100 bedrijfsuren per kalenderjaar zijn geen emissiegrenswaarden van toepassing. Dat geldt niet in geval van voeding met vaste brandstoffen. In dat geval geldt voor stof een emissiegrenswaarde van 200 mg/Nm3 voor installaties die vergund zijn vóór 19 december 2017 en die vóór 20 december 2018 in dienst genomen zijn, en een emissiegrenswaarde van 100 mg/Nm3 voor installaties die vergund op of na 19 december 2017 of die op of na 20 december 2018 in dienst genomen zijn.
    • Voor stationaire motoren met minder dan 500 bedrijfsuren per kalenderjaar die noodgeneratoren of bluswaterpompen aandrijven, moet voor de bepalingen van deze afdeling het nominaal thermisch ingangsvermogen maar voor 50% in rekening worden gebracht om het totale nominaal thermisch ingangsvermogen te bepalen.
  • In bijlage 2.5.3.15 van VLAREM II (inhoud luchtkwaliteitsplannen) wordt toegevoegd dat in een luchtkwaliteitsplan zal worden nagegaan wat de impact op de  luchtkwaliteit en de haalbaarheid zijn van het opleggen van strengere emissiegrenswaarden (dan wat de MCPR oplegt) voor individuele stookinstallaties binnen een bepaalde zone of delen van zones waar niet aan de vastgestelde grenswaarden voor de luchtkwaliteit wordt voldaan.
  • De wijziging aan VLAREM III betreft enkel een aanpassing van een verwijzing naar de emissiegrenswaarden in VLAREM II in het artikel 3.7.10.2.
  • Link wetgeving: http://www.ejustice.just.fgov.be/mopdf/2017/12/11_1.pdf#page=55

 

  • Besluit van de Vlaamse Regering van 27 oktober 2017 tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne en titel III van het VLAREM van 16 mei 2014, wat betreft de omzetting van de BBT-conclusies voor de productie van platen en panelen van hout, B.S. 14 december 2017
  • Met dit wijzigingsbesluit worden aan VLAREM II en VLAREM III de bijkomende sectorale milieuvoorwaarden voor de productie van platen en panelen van hout toegevoegd, naar aanleiding van de publicatie van de BBT-conclusies op 24 november 2015.
  • Link wetgeving: http://www.ejustice.just.fgov.be/mopdf/2017/12/14_1.pdf#page=171

 

OMGEVINGSVERGUNNING

 

  • Omzendbrief/OMG/2017/01 van 6 september 2017 met betrekking tot de toepassing van de op grond van artikel 36ter, § 3 en § 4, van het Natuurdecreet opgelegde beoordeling van vergunningsaanvragen betreffende projecten of activiteiten met mogelijk betekenisvolle effecten voor speciale beschermingszones, B.S. 12 oktober 2017
  • Er werd een nieuwe omzendbrief gepubliceerd met duiding en achtergrond inzake de door de initiatiefnemer op te maken passende beoordeling en de behandeling hiervan bij de beslissing over omgevingsvergunningsaanvragen indien het desbetreffende project een mogelijk betekenisvol effect zou kunnen hebben voor (een) speciale beschermingszone(s) (zoals opgelegd in artikel 36ter, §3 en §4 van het natuurdecreet). De vorige omzendbrief LNE/2015/1 wordt hiermee opgeheven.
  • Voortaan is het bovendien mogelijk om de voortoets of passende beoordelingdossiers digitaal in te dienen via het e-loket van het Agentschap voor Natuur en Bos.
  • Link wetgeving: http://www.ejustice.just.fgov.be/mopdf/2017/10/12_1.pdf#page=362
  • Link e-loket: http://eloket.natuurenbos.be/passende_beoordeling

 

WATER

 

  • Besluit van de Vlaamse Regering van 15 september 2017 tot wijziging van diverse bepalingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 13 december 2002 houdende reglementering inzake de kwaliteit en levering van water, bestemd voor menselijke consumptie, B.S. 11 oktober 2017
  • Dit besluit voorziet onder meer in de omzetting van richtlijn (EU) 2015/1787 van de Commissie van 6 oktober 2015 tot wijziging van de bijlagen II en III bij Richtlijn 98/83/EG van de Raad betreffende de kwaliteit van voor menselijke consumptie bestemd water. Drinkwatermaatschappijen zijn verantwoordelijk voor de kwaliteit van het water dat uit de kraan komt, maar de verplichting tot het uitvoeren van kwaliteitscontroles kan ook bij de eigenaar of gebruiker liggen. De abonnee, gebruiker of eigenaar is in geval van nabehandeling of tijdelijke opslag, zélf verantwoordelijk voor een bijkomende controle. Tijdens die controle moet nagegaan worden of het water na de nabehandeling of tijdelijke opslag nog wel conform is aan de drinkwaternormen.
  • Link wetgeving: http://www.ejustice.just.fgov.be/mopdf/2017/10/11_1.pdf#page=41

 

 

TER INFO

 

  • Omgevingsvergunning voor alle aanvragen RO en/of milieu vanaf 1 januari 2018
  • De procedure van de omgevingsvergunning wordt van toepassing in alle gemeenten op 1 januari 2018. De procedure van de omgevingsvergunning dient vanaf dan voor alle aanvragen gevolgd te worden.
  • Meer informatie via: www.omgevingsloket.be

 

  • Stand van zaken m.b.t. de codextrein
  • Op vrijdag 8 december 2017 werd het ontwerp van de Codextrein (het ontwerp van decreet houdende wijziging van diverse bepalingen inzake ruimtelijke ordening, milieu en omgeving) door de Vlaamse Regering bekrachtigd. De publicatie van dit wijzigingsbesluit in het Belgisch Staatsblad wordt eerstdaags verwacht. Er is een gefaseerde inwerkingtreding van de codextrein voorzien vanaf 10e dag na publicatie.
  • Belangrijke elementen in de Codextrein zijn:
    • Het boetesysteem dat in een eerdere ontwerpversie was voorzien wordt dan toch niet ingevoerd. De sanctie op het overschrijden van termijnen blijft in eerste aanleg dus een stilzwijgende weigering.
    • Wat betreft beroep inzake een omgevingsvergunning wordt de zogenaamde trechterprocedure ingevoerd. Hierbij kan enkel wie een bezwaar heeft ingediend tijdens het openbaar onderzoek nog een beroep indienen. Dit geldt niet voor wie kan aantonen dat hij tijdens het openbaar onderzoek verhinderd was of als de vergunningverlenende overheid na het openbaar onderzoek zaken verandert die niet duidelijk waren bij het openbaar onderzoek. Deze bepaling geldt enkel voor aanvragen ingediend vanaf 10e dag na publicatie.
  • Een uitgebreide bespreking van de wijzigingen vervat in de codextrein en overige wijzigingen m.b.t. de omgevingsvergunning volgt in één van onze volgende flitsen.
  • Meer informatie via: https://www.ruimtevlaanderen.be/NL/Algemeen/Home/Nieuwsberichten/articleType/ArticleView/articleId/9200

 

  • Heffingstarieven afvalwater en grondwater voor heffingsjaar 2018:
    • Heffingstarief rioollozer : 52,39 €/VE (Heffingsjaar 2018) ; 53,47 €/VE (Heffingsjaar 2019)
    • Heffingstarief oppervlaktewaterlozer : 35,53 €/VE (Heffingsjaar 2018) ; 36,27 €/VE (Heffingsjaar 2019)
    • Index grondwater : 1,3524 (Heffingsjaar 2018) ; Nog niet bekend (Heffingsjaar 2019)

 

 

 

  • Webloket OVAM grondstoffenverklaring
  • Wie bepaalde afvalstoffen als grondstof wil gebruiken, heeft hiervoor cfr. VLAREMA een grondstoffenverklaring nodig. Een grondstoffenverklaring aanvragen bij de OVAM kan nu volledig digitaal via het webloket.
  • Ook de resultaten van de jaarlijkse analyses uitgevoerd zoals opgelegd in de grondstoffenverklaring moeten opgenomen worden in het loket.
  • Meer informatie via: http://www.ovam.be/grondstofverklaringen

 

 

 

 

PREVENTIE

ADR

 

 

  • KB van 2 november 2017 betreffende het vervoer van gevaarlijke goederen per spoor, met uitzondering van ontplofbare en radioactieve stoffen, B.S. 27 november 2017
  • Tot nu bevatte het federale KB voorschriften voor het gevaarlijke vervoer per spoor én over de weg, maar het gevaarlijk vervoer over de weg is intussen een gewestbevoegdheid geworden.
  • Het nieuwe KB bevat in bijlage het ‘reglement betreffende het internationaal vervoer van gevaarlijke goederen per spoor (RID)’, dat in ons land ook van toepassing is op het nationaal vervoer per spoor.
  • Het KB van 28 juni 2009 betreffende het vervoer via de weg of per spoor van gevaarlijke goederen wordt met deze publicatie opgeheven.
  • Link wetgeving: http://www.ejustice.just.fgov.be/mopdf/2017/11/27_1.pdf#page=2
← Terug naar overzicht