Nieuws

FLITS : Milieu- en Preventiewetgeving tweede kwartaal 2016

Hieronder volgt een update van de meest relevante wijzigingen van de milieu/preventie wetgeving en dit telkens met een link naar de wetgeving. *Het betreft de wijzigingen vanaf 21/03/2016 t.e.m. 20/06/2016.

 

MILIEU

 

ENERGIE

 

  • Besluit van de Vlaamse Regering van 25/03/2016 tot wijziging van het Energiebesluit van 19/11/2010, wat betreft de activiteiten en openbaredienstverplichtingen van de distributienetbeheerders ter stimulering van de infrastructuur voor elektrische voertuigen, B.S. 13/04/2016
  • Het betreft een aantal wijzigingen aan het Energiebesluit d.d. 19/11/2010 als gevolg van de gedeeltelijke omzetting van Europese wetgeving, meer bepaald de richtlijn 2014/94/EU  van het Europees Parlement en de Raad van 22/10/2014 betreffende de uitrol van infrastructuur voor alternatieve brandstoffen. De openbare dienstverplichting en het aantal publiek toegankelijke oplaadpunten voor een elektrisch voertuig worden in het Energiebesluit opgenomen, samen met bepalingen met betrekking tot de evaluatie ervan.
  • Link wetgeving: http://www.ejustice.just.fgov.be/mopdf/2016/04/13_1.pdf#page=60

 

OMGEVINGSVERGUNNING

 

  • Decreet van 04/05/2016 houdende wijziging van diverse decreten ingevolge de integratie van de opdrachten van het agentschap Inspectie RWO in het departement Leefmilieu, Natuur en Energie en het agentschap Wonen- Vlaanderen, alsook betreffende de begrotingsfondsen en andere technische aanpassingen, B.S. 02/06/2016
  • Als gevolg van dit decreet worden wijzigingen aangebracht in het DABM van 05/04/1995, het decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25/04/2014 en het decreet betreffende de handhaving van de omgevingsvergunning van 25/04/2014. Het betreft o.a. een wijziging in de samenstelling van de Vlaamse Hoge Handhavingsraad voor Ruimte en Milieu als gevolg van de implementatie van de omgevingsvergunning (pas van kracht wanneer het mandaat van de huidige leden verstrijkt, dus vanaf 14/11/2019). Verder wijzigt de naam van het Milieuhandhavingscollege naar het Handhavingscollege en wordt het takenpakket uitgebreid. Hierdoor kan het Handhavingscollege ook uitspraken doen over beroepen die worden ingesteld tegen beslissingen van de gewestelijke entiteit over de oplegging van een alternatieve of een exclusieve bestuurlijke geldboete of een voordeelontneming die werden opgelegd in uitvoering van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening. De bepalingen van dit decreet gaan ten vroegste in op 23/02/2017 (inwerkingtreding omgevingsvergunning), van enkele artikels is de inwerkingtreding nog te bepalen.
  • Link wetgeving: http://www.ejustice.just.fgov.be/mopdf/2016/06/02_1.pdf#page=53

 

GEVAARLIJKE STOFFEN

 

  • Uitbreiding kandidaatslijst zeer zorgwerkkende stof (Substance of Very High Concern, SVHC)
  • Op 20/06/2016 werd door het ECHA één stof toegevoegd aan de kandidaatslijst. Het betreft de stof benzo(a)pyreen (benzo(def)chryseen). Hierdoor zijn nu in totaal 169 stoffen opgenomen in deze lijst. De lijst bevat stoffen die ernstige effecten kunnen hebben op de gezondheid van de mens of het milieu en waarvoor de meldingsplicht en de informatieplicht binnen het kader van de REACH-wetgeving van toepassing is.
  • Link: http://echa.europa.eu/candidate-list-table

 

TER INFO

 

  • Vlarem-trein 2015/Zomertrein definitief goedgekeurd maar nog niet gepubliceerd
  • De publicatie van de Vlarem trein 2015, het onderwerp van onze milieuflits van april 2015, laat voorlopig nog op zich wachten. De Vlarem-trein 2015 en de Zomertrein werden samengevoegd in één verzamelbesluit. Dit ontwerpbesluit werd reeds op 18/03/2016 goedgekeurd door de Vlaamse Regering, maar het besluit werd tot op datum van opmaak van deze milieuflits nog niet gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad. De belangrijkste bepalingen in dit verzamelbesluit betreffen wijzigingen van VLAREM II en het VLAREL. Voor VLAREM II zijn dit onder andere:
    • De omzetting van de conclusies van de volgende Vlaamse BBT-studies in sectorale (lozings)voorwaarden: de verwerking van externe bedrijfsafvalwaters en vloeibare/slibachtige bedrijfsafvalstromen, de verf-, lak-, drukinkt- en lijmproductie, de grafische sector, de asfaltcentrales en de oppervlaktebehandeling van metalen en kunststoffen;
    • Een nieuw kader van geluidsnormen voor losverrichtingen bij de supermarkten die ingedeeld zijn als hinderlijke inrichting. Deze nieuwe geluidsnomen zijn het gevolg van de resultaten van het PIEK-project en PIEK 2-vervolgproject (twee proefprojecten waarbij de overheid en enkele supermarktketens samenwerkten rond stillere leveringen en een duurzame stedelijke distributie);
    • Wijzigingen van enkele definities m.b.t. koelinstallaties, onder meer wordt de definitie van « nominaal koelvermogen » aangepast zodat ook meerdere individuele airconditioninginstallaties van elk minder dan 12 kW binnen eenzelfde gebouw onder de keuringsverplichting vallen. Meer informatie met betrekking tot dit wijzigingsbesluit volgt in één van onze volgende milieuflitsen, na publicatie van het besluit in het Belgisch Staatsblad.
  • Voorlopig kan u het goedgekeurde ontwerpbesluit raadplegen via deze link: http://www.lne.be/themas/vergunningen/bestand/vlarem-trein-2015_definitief_goedgekeurd

 

  • Nieuwe versie website downstream users
  • Ondernemingen of individuele werknemers die chemische stoffen gebruiken, worden in REACH en CLP downstream users (downstream gebruikers) genoemd. Voor deze doelgroep bestond reeds een specifieke website van het ECHA, maar deze werd onlangs herzien en uitgebreid. De vernieuwde website bevat heel wat informatie omtrent de rol en verplichtingen van downstream users. Een groot deel van deze informatie is bovendien in het Nederlands beschikbaar. Specifiek voor de downstream users werd ook een LinkedIn pagina opgericht, waardoor zij de voor hen van toepassing zijnde informatie van het ECHA ook via dit medium kunnen ontvangen.
  • Link: http://www.echa.europa.eu/web/guest/regulations/reach/downstream-users
  • Downstream users op LinkedIn: https://www.linkedin.com/company/users-of-chemicals 

 

  • Invoerders en downstream users die gevaarlijke stoffen op de markt brengen: binnenkort één formulier voor het bezorgen van informatie aan het antigifcentrum
  • Momenteel zijn downstream users die gevaarlijke stoffen op de markt brengen via een K.B. reeds verplicht bepaalde gegevens, ten laatste 48 uren voor een gevaarlijk mengsel op de markt wordt gebracht, over te maken aan het antigifcentrum (zie verder onder ‘preventie’). Deze verplichting geldt voor alle mengsels die op basis van de Europese CLP-verordening ingedeeld zijn als gevaarlijk (art. 45 van de CLP-verordening). Omdat de vereiste gegevens die aan de lokale antigifcentra moeten worden bezorgd per land sterk uiteenlopen, is Europa volop bezig met de harmonisatie van de gevraagde  gegevens. Dit zal resulteren in één formulier waarvan de inhoud bepaald wordt in een uitvoeringsverordening, die later dit jaar gepubliceerd zal worden. Voorlopig is reeds een draft applicatie online beschikbaar op de nieuwe Poison Centre website van het ECHA, waardoor bedrijven zich reeds kunnen voorbereiden op de implementatie van deze nieuwe regelgeving in hun bedrijfsvoering. 
  • De draft tool is beschikbaar via de volgende link: https://poisoncentres.echa.europa.eu/tools

 

  • Gebiedsspecifieke aanpak voor vergunningen grondwaterwinning: ligt uw grondwaterwinning in een actie- of waakgebied ?
  • Met de publicatie van de stroomgebiedbeheerplannen voor Schelde en Maas 2016-2021 in maart jl. (zie vorige update milieu- en preventiewetgeving) worden vergunningsaanvragen voor grondwaterwinningen nu gebiedsspecifiek aangepakt. Het al dan niet vergunnen is niet enkel meer afhankelijk van de diepte en het grondwaterlichaam waarvoor de grondwaterwinning wordt aangevraagd. Voor grondwaterlichamen in ontoereikende kwantitatieve toestand zijn actiegebieden en waakgebieden afgebakend.  Een actiegebied is een gebied waar herstelmaatregelen worden genomen om de kwantitatieve toestand te verbeteren. Een waakgebied is een gebied waar de kwantitatieve toestand nog goed is, maar dat onder druk staat In deze zones wordt de situatie door de overheid goed opgevolgd. Indien een bedrijf grondwater oppompt uit een dergelijk actie- of waakgebied, zullen via de vergunning bijkomende inspanningen opgelegd kunnen worden. Opzoeken of uw grondwaterwinning in een actie- of waakgebied ligt, kan u via de nieuwe verkenner van de website Databank Ondergrond Vlaanderen (DOV).
  • Link naar nieuwe verkenner van het DOV: https://dov.vlaanderen.be/dovweb/html/index.html

 

PREVENTIE

 

ATEX

 

  • De Richtlijn 2014/34/EU van het Europese Parlement en de Raad van 26/02/2014 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen van de lidstaten inzake apparaten en beveiligingssystemen bedoeld voor gebruik op plaatsen waar ontploffingsgevaar kan heersen, vervangt op datum van 20/04/2016, de ATEX 95-Richtlijn (94/9/EG) tot de nieuwe ATEX 114-Richtlijn, E.P. 29/03/2014
  • Met de nieuwe ATEX 114-Richtlijn (2014/34/EU) die van kracht is sinds 20 april 2016 moeten fabrikanten van explosie veilige apparatuur en componenten rekening houden met een wijziging die niet direct heel technisch van aard is, maar vooral procedureel. De aanpassing vindt plaats in het kader van een stroomlijning van meerdere bestaande Europese Richtlijnen, zodat terminologie en procedures geharmoniseerd zijn.
  • Link naar wetgeving: http://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=CELEX%3A32014L0034
  • Meer informatie: zie preventieflits 29/04/2016

 

  • De Richtlijn 1999/92/EG van het Europese Parlement en de Raad van 16/12/1999 betreffende minimumvoorschriften voor de verbetering van de gezondheidsbescherming en van de veiligheid van werknemers die door explosieve atmosferen gevaar kunnen lopen (ATEX 137), ondergaat op datum van 20/04/2016, een naamswijziging naar ATEX 153.
  • De Richtlijn 1999/92/EG blijft inhoudelijk ongewijzigd van kracht. Alleen de benaming zoals die meer bekend is, nl. ATEX 137, wijzigt in ATEX 153. Deze wijziging komt door een gewijzigde hoofdstukindeling in het Verdrag van Lissabon, waarin hoofdstuk 153 handelt over de Europese arbeidsomstandigheden. Deze Richtlijn bevat de minimumeisen voor gezondheid en veiligheid van werknemers die werken in mogelijk explosie gevaarlijke atmosferen. In België is deze minimum Richtlijn reeds opgenomen in nationale wet- en regelgeving via het Koninklijk besluit van 26 maart 2003 betreffende het welzijn van de werknemers die door explosieve atmosferen gevaar kunnen lopen.
  • Meer informatie: zie preventieflits 29/04/2016

 

  • Nieuwe ATEX-standaard ISO/IEC 80079-36/37
  • In het verlengde van de nieuwe ATEX zijn er nieuwe normen voor explosieveilige mechanische apparatuur gelanceerd: de ISO/IEC 80079-36/37 (ter vervanging van de Europese norm EN 13463). Beide delen zijn nog niet geharmoniseerd onder de ATEX 114 richtlijn. Voorlopig zijn de EN 13463 normen nog geharmoniseerd onder de nieuwe ATEX 114 richtlijn.

 

  • Koninklijk besluit van 21/04/2016 betreffende het op de markt brengen van apparaten en beveiligingssystemen bedoeld voor gebruik op plaatsen waar ontploffingsgevaar kan heersen, B.S. 29/04/2016
  • Dit besluit voorziet in de gedeeltelijke omzetting van Richtlijn 2014/34/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 februari 2014 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen van de lidstaten inzake apparaten en beveiligingssystemen bedoeld voor gebruik op plaatsen waar ontploffingsgevaar kan heersen. Tevens wordt het koninklijk besluit van 22 juni 1999 betreffende het op de markt brengen van apparaten en beveiligingssystemen bedoeld voor plaatsen waar ontploffingsgevaar kan heersen, opgeheven. Het nieuwe KB trad in werking op 20 april 2016. In vergelijking met het KB uit 1999 zijn de essentiële veiligheids- en gezondheidseisen en de indeling in groepen niet veranderd. Het KB van 2016 verschilt met dat van 1999 op het vlak van de procedures en de verplichtingen voor de verschillende betrokkenen bij het op de markt brengen. Producten die in overeenstemming zijn met de oude bepalingen volgens het koninklijk besluit 22 juni 1999 en die vóór 20 april 2016 op de markt werden gebracht, blijven geldig.
  • Link naar wetgeving: http://www.ejustice.just.fgov.be/mopdf/2016/04/29_1.pdf#page=42

 

ARBEIDSPLAATSEN

 

  • Koninklijk besluit van 25/03/2016 tot wijziging van het koninklijk besluit van 10/10/2012 tot vaststelling van de algemene basiseisen waaraan arbeidsplaatsen moeten beantwoorden, B.S. 14/04/2016
  • Het KB basiseisen arbeidsplaatsen van 2012 wordt op enkele punten verduidelijkt. Ten eerste op vlak van verlichting. Tot nu toe moest de werkgever een risicoanalyse uitvoeren om de hoeveelheid licht te bepalen en ervoor te zorgen dat ongevallen door de aanwezigheid van voorwerpen of hindernissen en vermoeidheid van de ogen werden voorkomen. Hierbij liet men de werkgever vrij om de normen NBN EN 12464-1 en NBN EN 12464-2, respectievelijk voor binnen- en buitenverlichting, toe te passen dan wel voorschriften van de Minister van werk. Deze laatste voorschriften waren tot nu toe echter nog niet gepubliceerd. Deze zitten nu in bijlage bij het KB vervat.
  • Wat verluchting betreft, wordt het begrip "zuivere lucht" vervangen door "verse lucht" met het oog op het consequent gebruik van dezelfde termen. Er werd gekozen voor "verse lucht" vermits lucht in principe nooit volledig zuiver kan zijn. Verder wordt de verplichte 30 m³ lucht per uur en per in de besloten werkruimte aanwezige werknemer vervangen door een na te streven CO2-gehalte. De werkgever moet technische of organisatorische maatregelen nemen om onder een CO2-concentratie van 800 PPM te blijven. De absolute grenswaarde van CO2 in deze werklokalen mag nooit hoger zijn dan 1200 PPM. Deze nieuwe bepaling is aangepast aan de huidige wetenschappelijke inzichten betreffende de gezondheidseffecten door een tekort aan verluchting en geeft de werkgever de mogelijkheid deze gemakkelijker te meten dan het ventilatiedebiet.
  • Ten slotte wordt nog een oude ARAB-waarde terug uit de kast gehaald, de relatieve vochtigheid. Het streefdoel is voortaan om deze tussen 40 en 60 % te houden, tenzij dit om technische redenen niet mogelijk is. Maar de werkgever mag hiervan afwijken tot een relatieve luchtvochtigheid tussen 35 en 70 % indien hij aantoont dat de lucht geen chemische of biologische agentia bevat die een risico kunnen vormen voor de gezondheid van de aanwezige personen op de arbeidsplaats
  • Link wetgeving: http://www.ejustice.just.fgov.be/mopdf/2016/04/14_2.pdf#page=8

 

GEVAARLIJKE PRODUCTEN EN AGENTIA

 

  • Wet van 1/04/2016 houdende instemming met het samenwerkingsakkoord (SEVESO III) van 16/02/2016 tussen de Federale Staat, het Vlaamse Gewest, het Waalse Gewest en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest betreffende de beheersing van de gevaren van zware ongevallen waarbij gevaarlijke stoffen zijn betrokken, B.S. 20/04/2016.
  • Decreet van 14/04/2016 houdende instemming met het samenwerkingsakkoord van 16/02/2016 tussen de Federale Staat, het Vlaams Gewest, het Waals Gewest en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest betreffende de beheersing van de gevaren van zware ongevallen waarbij gevaarlijke stoffen zijn betrokken, B.S. 22/04/2016 (Waalse instemming).
  • Decreet van 20/05/2016 houdende instemming met het samenwerkingsakkoord van 16/02/2016 tussen de Federale Staat, het Vlaamse Gewest, het Waalse Gewest en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest betreffende de beheersing van de gevaren van zware ongevallen waarbij gevaarlijke stoffen zijn betrokken, B.S. 30/05/2016 (Vlaamse instemming).
  • Ordonnantie van 26/05/2016 houdende instemming met het samenwerkingsakkoord van 16/02/2016 tussen de federale Staat, het Vlaams Gewest, het Waals Gewest en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest betreffende de beheersing van de gevaren van zware ongevallen waarbij gevaarlijke stoffen zijn betrokken, B.S. 10/06/2016 (Brusselse instemming).
  • Door de instemming van de verschillende partijen d.m.v. diverse decreten, ordonnantie en bij wet, gaat het Seveso III samenwerkingsakkoord van kracht en dit op datum van de laatste instemming, met name op 10 juni 2016. De tekst van het samenwerkingsakkoord is terug te vinden in de Wet van 1 april 2016 (B.S. 20/04/2016). In dit akkoord zijn afspraken gemaakt over hoe zij de Seveso III-richtlijn (2012/18/EU) zullen uitvoeren in ons land.
  • Link naar wetgeving: http://www.ejustice.just.fgov.be/mopdf/2016/04/20_3.pdf#page=9

 

  • Koninklijk besluit van 21/04/2016 inzake kennisgeving van mengsels die als gevaarlijk worden ingedeeld wegens hun gevolgen voor de gezondheid of hun fysische effecten aan het Nationaal Centrum ter voorkoming en behandeling van intoxicaties en tot wijziging van het koninklijk besluit van 13/11/2011 tot vaststelling van de retributies en bijdragen verschuldigd aan het Begrotingsfonds voor de grondstoffen en de producten, B.S. 9/05/2016.
  • Elke importeur of downstreamgebruiker die een gevaarlijk mengsel in de handel wil brengen in ons land, is verplicht om dit te melden (binnen de 48 uur) aan het Nationaal Centrum ter voorkoming en behandeling van intoxicaties (Antigifcentrum). Deze verplichting bestond al, maar ze werd in 2015 per vergissing opgeheven en wordt nu weer ingevoerd bij koninklijk besluit van 21 april 2016. Naast de melding moet de importeur of downstreamgebruiker aan het Antigifcentrum een eenmalige retributie van 200 euro betalen. De extra bijdrage van 400 euro voor personen die wensen gebruik te maken van geheimhouding van chemische benamingen, wordt opgeheven.
  • Link naar wetgeving: http://www.ejustice.just.fgov.be/mopdf/2016/05/09_1.pdf#page=76

 

ARBEIDSMIDDELEN

 

  • Koninklijk besluit van 1/04/2016 betreffende het op de markt aanbieden van drukvaten van eenvoudige vorm, B.S. 15/04/2016.
  • Dit besluit voorziet in de omzetting van richtlijn 2014/29/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 februari 2014 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen van de lidstaten inzake het op de markt aanbieden van drukvaten van eenvoudige vorm. Hierbij wordt ook het koninklijk besluit van 11 juni 1990 betreffende het op de markt brengen van drukvaten van eenvoudige vorm, opgeheven. Tevens wordt het koninklijk besluit van 31 maart 1995 betreffende de erkenning van de instanties die aangemeld worden bij de Commissie van de Europese Gemeenschappen voor de toepassing van bepaalde conformiteitsbeoordelingsprocedures, gewijzigd. Het nieuwe KB trad in werking op 20 april 2016. Het besluit omvat een reeks van essentiële veiligheidseisen waaraan de drukvaten van eenvoudige vorm moeten voldoen. De verantwoordelijkheden van de fabrikanten, importeurs en distributeurs worden duidelijk in kaart gebracht, en er gelden nieuwe regels voor de conformiteitsbeoordelingsinstanties. De drukvaten van eenvoudige vorm die voldoen aan de regels van het oude KB van 11 juni 1990 en die vóór 20 april 2016 in de handel zijn gebracht, kunnen verder op de markt worden aangeboden en/of in gebruik worden genomen.

Certificaten, verstrekt door erkende keuringsinstanties die nog onder het koninklijk besluit van 11 juni 1990 vallen, blijven geldig.

 

  • Koninklijk besluit van 12/04/2016 betreffende het op de markt brengen van liften en veiligheidscomponenten voor liften, B.S. 18/04/2016.
  • Dit besluit voorziet in de omzetting van richtlijn 2014/33/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 februari 2014 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen van de lidstaten inzake liften en veiligheidscomponenten voor liften. Hierbij wordt het koninklijk besluit van 10 augustus 1998 betreffende het op de markt brengen van liften, opgeheven en wordt het koninklijk besluit van 9 maart 2003 betreffende de beveiliging van liften, gewijzigd. Het nieuwe KB trad in werking op 20 april 2016. Aan de veiligheidseisen voor liften en hun veiligheidscomponenten verandert er weinig. Wel krijgen de installateurs van liften en de fabrikanten, importeurs en distributeurs van veiligheidscomponenten een heel pak verplichtingen, die de veiligheid moeten garanderen. En er komen extra voorwaarden voor de conformiteitsbeoordelingsinstanties. De liften en veiligheidscomponenten voor liften die voldoen aan de regels van het oude KB van 10 augustus 1998 en die vóór 20 april 2016 in de handel werden gebracht, kunnen nog verder in bedrijf worden gesteld/op de markt worden aangeboden.
  • Link naar wetgeving: http://www.ejustice.just.fgov.be/mopdf/2016/04/18_1.pdf#page=87 

 

FYSISCHE AGENTIA

 

  • Koninklijk besluit van 20/05/2016 betreffende de bescherming van de gezondheid en de veiligheid van de werknemers tegen de risico's van elektromagnetische velden op het werk, B.S. 10 juni 2016.
  • Dit koninklijk besluit is de omzetting in Belgisch recht van de Richtlijn 2013/35/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende de minimumvoorschriften inzake gezondheid en veiligheid met betrekking tot de blootstelling van werknemers aan de risico’s van fysische agentia (elektromagnetische velden) en tot intrekking van Richtlijn 2004/40/EG. De bepalingen van de artikelen 1 tot 43 van dit besluit en zijn bijlagen worden opgenomen in de Codex over het welzijn op het werk onder titel IV hoofdstuk VI met de volgende opschriften:
  • 1° "Titel IV. - Omgevingsfactoren en fysische agentia";
    • 2° "Hoofdstuk VI. - Elektromagnetische velden".
  • In het Algemeen Reglement voor de Arbeidsbescherming (ARAB) wordt de Groep II "Lijst van de fysische agentia die beroepsziekten kunnen veroorzaken" in de bijlage II "Medisch toezicht over de werknemers die blootgesteld zijn aan het risico voor beroepsziekten", van onderafdeling II, afdeling I, Hoofdstuk III van Titel II opgeheven.
  • Link naar wetgeving: http://www.ejustice.just.fgov.be/mopdf/2016/06/10_1.pdf#page=49

 

WELZIJNSBELEID

 

  • Wet van 29/02/2016 tot aanvulling en wijziging van het Sociaal Strafwetboek en houdende diverse bepalingen van sociaal strafrecht, B.S. 21/04/2016.
  • Aanpassing van het Sociaal Strafwetboek van 6 juni 2010 dat van kracht is sinds 1 juli 2011 in het kader van de diverse gewijzigde wetteksten binnen de Welzijnswetgeving. Het gaat onder meer om wijzigingen en extra bepalingen in het Strafwetboek inzake de nieuwe bepalingen in kader van de preventie van de psychosociale belasting op het werk, inbreuken bij roken op de werkplaats en de gelijkstelling van de gebruiker van een uitzendkracht met de eigenlijke werkgever (het uitzendkantoor) voor de mogelijke sanctionering van inbreuken op wetgeving waarvan de toepassing onder de verantwoordelijkheid van de gebruiker valt. 
  • Link naar wetgeving: http://www.ejustice.just.fgov.be/mopdf/2016/04/21_1.pdf#page=12

 

SPRINGSTOFFEN

 

  • Ministerieel besluit tot wijziging van het ministerieel besluit van 30 juli 1998 tot verlening, voor het vervoer van springstoffen aan bepaalde kaaien van de haven van Antwerpen, van een afwijking op de bepalingen van het koninklijk besluit van 23 september 1958 houdende algemeen reglement betreffende het fabriceren, opslaan, onder zich houden, verkopen, vervoeren en gebruiken van springstoffen, B.S. 9/06/2016.
  • Wijziging van tabel in artikel 2 van het ministerieel besluit van 30 juli 1998 inzake de toegelaten hoeveelheden.
  • Link naar wetgeving: http://www.ejustice.just.fgov.be/mopdf/2016/06/09_1.pdf#page=155

 

 

← Terug naar overzicht