Nieuws

FLITS: Milieu- en preventieflits november 2015

Externe Diensten Preventie en Bescherming: Wijzigingen vanaf 1 januari 2016

 

Nieuwe tarifering EDPB

 

Reeds op 23 mei 2014 verscheen het Koninklijk Besluit van 24 april 2014 tot wijziging van het Koninklijk Besluit van 27 maart 1998 betreffende de externe diensten voor preventie en bescherming op het werk (EDPB) wat betreft de tarifering.
Dit KB bevat de volledige herziening van de afdeling II bis van het KB van 27 maart 1998 betreffende de verplichte forfaitaire bijdragen aan de EDPB. Hiermee wordt afgestapt van de tarifering volgens de onderworpenheid aan het verplicht gezondheidstoezicht (geen, jaarlijks, 3- of 5-jaarlijks) en wordt overgegaan naar een tarifering volgens de NACE-code en de grootte van het bedrijf.
De wetgever kiest dus vanaf 2016 voor een totaal ander systeem van financiering, niet meer afhankelijk van het al of niet onderworpen zijn aan het medisch onderzoek, maar in functie van de risico’s die in de sector waartoe een bedrijf behoort, aanwezig zijn. Het nieuwe systeem houdt ook meer rekening met andere dan medische prestaties die kunnen uitgevoerd worden door de externe diensten (arbeidshygiëne, ergonomie, psychosociale aspecten). Deze wijziging wordt van kracht op 1 januari 2016.


1. Tariefgroepen en forfaitaire bijdragen

Waar de NACE-codes in bovenstaand KB nog in 2 tariefgroepen ingedeeld zijn (standaard en verlaagd), kwam er na overleg met de sociale partners een vraag naar een aangepast KB die o.a. de tarifering moet indelen in 5 tariefgroepen. Via het advies n°184bis van 13 juli 2015 van de Hoge Raad voor Preventie en Bescherming op het werk, werd een ontwerp KB voorgesteld waarin deze wijziging opgenomen wordt en die dan ook het hogergenoemd KB van 24 april 2014 zal intrekken.

Zie foto tarieven.

 

Op vandaag is het nog wachten op de goedkeuring en publicatie van dit ontwerp-KB.

 

2. Prestaties van de externe dienst in ruil voor de forfaitaire minimumbijdrage

Kleine en middelgrote werkgevers (groep D en C-) = basispakket:

Alle prestaties moeten worden geleverd binnen het forfait, ook als de reële kostprijs hoger of lager uitvalt
dan de betaalde bijdrage voor de betrokken werkgever, en zonder dat er dus moet worden bijbetaald,
of zonder dat de werkgever kan terugkrijgen van de betaalde bijdrage.


De inhoud van het basispakket:
1.   Risicoanalyse en preventiemaatregelen
2.   Gezondheidstoezicht
3.   Beeldschermwerk
4.   Voedingswaren
5.   Bijwonen van de vergaderingen van het Comité
6.   Het verlenen van bijstand naar aanleiding van een ernstig arbeidsongeval

7.   Opdrachten in het kader van psychosociale aspecten
8.   Het verrichten van een onderzoek van de arbeidsplaatsen en werkposten
9.   Gemotiveerd beleidsadvies
10. Het online beschikbaar houden van een elektronische inventaris

 

Micro-ondernemingen (<= 5 WN) = het basispakket ‘light’:

Hetzelfde basispakket als voor kleine en middelgrote werkgevers, met één belangrijke uitzondering: voorafgaande en periodieke gezondheidsbeoordelingen zijn voor deze werkgevers niet in het basispakket inbegrepen (daarentegen: spontane raadplegingen, onderzoeken bij werkhervatting e.d. zijn wel inbegrepen). Wanneer op basis van de toepasselijke regelgeving (KB Gezondheidstoezicht) blijkt dat er in een micro-onderneming werknemers worden tewerkgesteld die onderworpen zijn aan gezondheidstoezicht, dan moet de werkgever deze reglementering respecteren en moeten deze prestaties uiteraard worden geleverd door de externe dienst, maar dienen zij afzonderlijk te worden aangerekend, en dit moet verplicht gebeuren aan de tarieven voor extra prestaties.

 

Grote werkgevers (groep A, B, C+) = omzetting in preventie-eenheden:

Voor deze bedrijven geldt dat het bedrag van de forfaitaire minimumbijdrage wordt omgezet in preventie-eenheden die door de werkgever kunnen worden opgenomen via prestaties vanwege de externe dienst.
Een preventie-eenheid bedraagt 150,00 euro met volgende wegingsfactoren:

  • 100% per gepresteerd uur door een preventieadviseur-arbeidsveiligheid, een preventieadviseur-psychosociale aspecten, een preventieadviseur-ergonomie of een preventieadviseur-arbeidshygiëne;
  • 125% per gepresteerd uur door een preventieadviseur-arbeidsgeneesheer;
  • 75% per gepresteerd uur door een verpleegkundige, of een persoon die de preventieadviseur bijstaat en die beschikt over een aanvullende vorming niveau II.

De preventie-eenheden moeten bij voorrang worden besteed aan de verplichte opdrachten in het kader van het gezondheidstoezicht (voorafgaande gezondheidsbeoordelingen, periodieke onderzoeken, spontane raadplegingen, onderzoeken bij werkhervatting, onderzoeken in het kader van moederschapsbescherming) en aan de opdrachten van de preventieadviseur psychosociale aspecten. Pas na verrekening van deze opdrachten kunnen andere prestaties van de externe dienst op het saldo worden aangerekend.
Als er preventie-eenheden overblijven na aanrekening van bovenvermelde verplichte prestaties, dan kunnen deze worden gebruikt voor andere prestaties die door de externe dienst worden geleverd (bv. het bijwonen van vergaderingen van het comité, het uitvoeren van een ernstig arbeidsongevallenonderzoek, enz.). Deze prestaties moeten verband houden met het preventiebeleid van de onderneming, d.w.z. er mogen bv. geen medische handelingen tegenover staan die buiten het kader van de arbeidsgeneeskunde vallen (bv. cholesterolmonitoring).


3. Pro-rata berekening

Het verrekenen van het aantal werknemers gebeurt door toepassing van een pro-rata regeling per maand.  Dit betekent dat per kalendermaand waarin een werknemer is geregistreerd, men 1/12de van de forfaitaire minimumbijdrage voor die werknemer verschuldigd is. Dit onafhankelijk van het werkregime van de werknemer (voltijds, deeltijds). Het pro-rata tarief is verschuldigd vanaf 1 dag tewerkstelling.
Indien ten behoeve van die werknemer een individuele prestatie geleverd werd, is de forfaitaire minimum-bijdrage in haar geheel (= het volledig jaartarief) verschuldigd.


4. Extra prestaties

Een aantal prestaties zijn niet gedekt door de forfaitaire minimumbijdrage. Het betreft:

  • Technische handelingen zoals onderzoeken, controles en metingen die een labo-analyse vergen,
  • Bijkomende handelingen inzake gezondheidstoezicht zoals gerichte analyses en radiologisch onderzoek,
  • Reële verplaatsingskosten van de preventieadviseurs en de personen die hen bijstaan.

Bovenstaande prestaties, alsook de prestaties na uitputting van de eenheden, worden verrekend aan:

  • Hetzij 77,53 euro per prestatie (te indexeren bedrag) wanneer het gaat om prestaties in het kader van het gezondheidstoezicht (bv. voorafgaande of periodieke gezondheidsbeoordeling of spontane raadpleging);
  • Hetzij een tarief per uur, waarvan de eenheidsprijs 115,00 euro bedraagt, dat eveneens wordt aangerekend aan de hand van de hogervermelde wegingsfactoren.

Men kan er dus voor kiezen om bijkomende prestaties in het kader van het gezondheidstoezicht aan te rekenen per prestatie, dan wel in uurtarieven te rekenen. Het verdient aanbeveling om de wijze van factureren vooraf in de overeenkomst tussen werkgever en externe dienst overeen te komen.


5. Inventaris van geleverde prestaties

Opdat een werkgever steeds een duidelijk overzicht zou hebben van de prestaties die een externe dienst gedurende het jaar voor hem heeft geleverd, zal de externe dienst voortaan op elektronische wijze een inventaris moeten bijhouden, die door de werkgevers op elk moment online kan worden geraadpleegd.

 

Wanneer blijkt dat de externe dienst de prestaties die hij moet leveren in ruil voor de door de werkgever betaalde forfaitaire bijdrage, niet heeft geleverd, dan kan de werkgever de externe dienst in gebreke stellen.  Als de externe dienst na deze aanmaning nog steeds niet optreedt, en dus in gebreke blijft om zijn prestaties alsnog uit te voeren, dan is de werkgever de forfaitaire minimumbijdrage niet (meer) verschuldigd.


Andere wijzigingen

 

Vanaf 1 januari 2016 worden nog andere wijzigingen betreffende het gezondheidstoezicht van kracht, nl.

 

  • De opheffing van gezondheidstoezicht voor beeldschermwerk:

Het verplicht gezondheidstoezicht voor de werknemers die onderworpen zijn aan het risico beeldscherm-werk wordt opgeheven. In plaats daarvan wordt onder meer voorzien in een vijfjaarlijkse specifieke risicoanalyse en passende preventiemaatregelen. Deze analyse wordt indien nodig aangevuld met een bevraging of een ander instrument dat peilt naar de werkomstandigheden van de werknemer.

  • De opheffing van gezondheidstoezicht voor voedingswaren:

Het verplicht gezondheidstoezicht voor de werknemers die activiteiten uitoefenen die een behandeling of een onmiddellijk contact inhouden met voedingswaren of -stoffen wordt opgeheven. Ter vervanging wordt een nieuwe afdeling ingevoegd in het koninklijk besluit van 4 augustus 1996 betreffende de bescherming van de werknemers tegen de risico’s bij blootstelling aan biologische agentia op het werk, waarin onder meer wordt voorzien in een opleiding over richtsnoeren en procedures in verband met voedselhygiëne, evenals in een vijfjaarlijkse specifieke risicoanalyse.

 

BESLUIT

 

De ervaring leert ons dat vele bedrijven niet altijd kennis hebben van de inhoud van de overeenkomst met hun externe dienst. De (hoge) forfaitaire bijdragen worden vaak betaald zonder te weten wat er tegenover staat / kan staan.
Consultes helpt u graag dit kluwen te ontwarren. Samen met u willen we efficiënt gebruik maken van de wettelijk verplichte overeenkomst met de EDPB, door dit in een systematisch en planmatig preventiebeleid te kaderen. We bieden hierbij de meerwaarde van een hands-on aanpak met concrete en duidelijke acties en opvolgingen binnen de 7 welzijnsdomeinen.
Zo begeleiden wij uw bedrijf tot een steeds hoger en performanter welzijnsniveau.

Onze ondersteuning kan projectmatig zijn (GPP/JAP, noodplanning, indienststellingen, nieuw KB brand, …) maar ook algemene bijstand en ondersteuning van de interne preventieadviseur of garanderen van de continuïteit bij tijdelijke afwezigheid van een interne preventieadviseur.

Een greep uit de referenties die Consultes reeds hun vertrouwen verleenden om hen te ondersteunen bij de uitbouw van hun preventiebeleid en organisatie: Alpro, Barco, Bekaert, Desso, Haven Oostende, Novy, Packo Inox, Quadrant, ZF Wind Power Antwerpen, …


RELEVANTE INFO – FOD WASO

link wetgeving

 

 

 

← Terug naar overzicht